Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

slechts de oppervlakte, aantal inwoners, aantal K.M. spoorweg in exploitatie en totale schuld.

Bij de Nederlandsche Qemeente-leeningen stipt van Oss slechts iets aan over de financieele positie der grootste gemeenten. De inkomsten worden veelal gesplitst naar inkomsten uit bedrijven en uit belastingen. Ook hier ontbreekt weer een opgave van de percentages van belastingheffing. Speciaal bij de Nederlandsche gemeenten ware de vermelding hiervan zoo eenvoudig, omdat bij de wet aan de gemeenten diverse inkomsten-bronnen zijn toegewezen in den vorm van opcenten op de rijksbelastingen. Hoe gemakkelijk zou het zijn deze percentages en tevens de andere bronnen van belastingheffing te memoreeren. Blijven de opcenten beneden het maximum, of worden op een rijksbelasting geen opcenten geheven, dan is dat als het ware een reserve-bron, die de gemeente in tijd van nood nog aan kan boren. Zij zouden voor obligatiehouders dezelfde rol vervullen als het kapitaal van een hypotheekbank vervult voor de pandbriefhouders.

Verder laat een oordeel over een fonds zich vormen uit de prospectussen, althans voor zoover de leening van niet te ouden datum is en de emittent het de moeite waard heeft geacht er eenige gegevens over den financieel economischen toestand in te verwerken.

De Nederlandsche Staat vermeldt in zijn prospectussen van de laatste tien jaren geen financieel-economische bizonderheden, behalve bij de in het buitenland ondergebrachte leeningen. Zoo treffen we in het prospectus van 24 April 1924 van de 6% Nederland groot $ 40.000.000, deze wel wat gezwollen passage aan: .Holland has been for centuries one of the foremost financial and commercial powers of the world" enz. waarna nog mededeelingen volgen omtrent den buitenlandschen handel, koopvaardijvloot, schuld per hoofd der bevolking, gouddekking van de biljetten van de Nederlandsche Bank enz.

Ook voor de in ons land uitgegeven leeningen van Ned. Indië heeft men het niet noodig geoordeeld economische bizonderheden in het prospectus in te lasschen. Alleen in dat van de 5% Ned. Indië 1915 staat nog iets meer te lezen dan louter de leeningsvoorwaarden en wel een uitlating van den Minister van Koloniën bij de behandeling van het Wetsontwerp dier leening in de Tweede Kamer der Staten Generaal. Met behulp van moreele argumenten moest de uitgifte slagen.

Sluiten