Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

2e. PuMlciteitseisch'en, als daar zijn de eïsch tot publlceeren van een prospectus, dat alle bijzonderheden van het'fonds behoort te bevatten; de eisch tot het te Amsterdam publiceeren van: alle kennisgevingen aan aandeel- en obligatiehouders, van de balans, verlies- en winstrekening, het verslag en bovendien bij obligaties van een uitlotingslijst en een jaarlijksche restantenüjst.

3e. Eenige soliditeitseischen. Staten en andere openbare lichamen moeten om hun schuldbrieven in de officieele noteering te zien opgenomen, overleggen: a. „het officieele blad houdende de wet of het besluit tot het aangaan der leening of, bijaldien zoodanig blad niet verkrijgbaar mocht zijn, het bewijs, dat door de bevoegde macht tot het aangaan van de leening besloten is; b. het bewijs, dat de goedkeuring, zoo noodig, is verkregen en machtiging tot uitgifte behoorlijk is verleend." Een geval zooals dat zich heeft voorgedaan in 1825 wordt door deze bepaling vrijwel onmogelijk.

„Het was in den tijd, dat in Zuid Amerika een aantal nieuwe onafhankelijke republieken verrezen, wier eerste werk was, bij Londensche bankiers leeningen aan te gaan. De schuldbrieven in die leeningen van Mexico, Peru, Chili, Columbia, Guatemala enz. kwamen in grooten getale te Amsterdam ten verkoop en zijn er in overvloed te vinden. De uitgeloofde hooge interest en andere voordeden moesten opwegen tegen het geringe crediet, waarop die staten aanspraak konden maken. (En blijkens de uitkomst hebben de meesten inderdaad weinig crediet verdiend) Op zekeren dag nu verscheen te Amsterdam ook een Engelsch agent met obligatiën van de republiek Poyais, die op niet minder goede voorwaarden als de andere in Europa geld wenschte op te nemen. Een aantal van deze obligatiën werd gereedelijk verkocht, geleverd en betaald. Doch na eenige dagen was de agent spoorloos verdwenen. Dat kwam zonderling voor; men ging aan het onderzoeken, men zocht op de beste kaarten van Zuid Amerika, waar die republiek van Poyais toch eigenlijk lag; maar men zocht tevergeefs. Het bleek, dat er geene republiek Poyais bestond, en dat men zich in goeden geloove had laten vangen in eene oplichting op groote schaal aangelegd."1)

Bij vennootschappen moet onder meer overgelegd worden:

*) Prof. Vissering. Handboek van practische Staathuishoudkunde, blz. 130.

Sluiten