Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

zijn positie te prolongeeren. Bij contanten handel verdwijnt een groot gedeelte van het materiaal van de beurs, daar dit bij allerlei bankiers tot onderpand dient voor het opgenomen geld en niet zoo automatisch naar de beurs terugvloeit, al bieden baissiers ook een klein voordeel, wanneer ze die stukken mogen leenen.

Dat het leenen van fondsen dan ook te Amsterdam niet steeds even gemakkelijk is blijkt wel uit hetgeen we bij K. Q. Goedewaagen hierover aantreffen.*) „Zagen we hier, dat alleen gereglementeerde hausse mogelijk is, bij liquidatie wordt dit geheel anders en men heeft daarbij het recht zich zelf te zijn, eigen, hetzij goede of slechte opinie omtrent een fonds bij een voorgenomen speculatie tot uitdrukking te doen komen."

„Wee dengene die geen vertrouwen in onze officieel genoteerde Rockeys, Marineshares stelt, hij wordt naar het buitenland verwezen, men zal er zich aan onze beurs niet toe leenen zijn excentrieke contramine-ideeën tot uitvoering te brengen en in commissie om te zetten."

Een derde onderscheid tusschen contanten en termijnhandel is gelegen in de omstandigheid, dat de kosten aan het speculeeren a contant verbonden vaak hooger zijn dan die, welke de termijnhandel meebrengt. De haussier zal bij termijnhandel, wanneer er een groote baisse bestaat, minder rente betalen, de baissier bijna steeds eenig rente ontvangen. Bij ons systeem te Amsterdam ontvangt de baissier slechts bij uitzondering rente. Nu is er ongetwijfeld een contante handel denkbaar, waar haussiers en baissiers elkander op even voordeelige wijze vinden als bij den termijnhandel. Te New-York moet men in die richting veel bereikt hebben. Toch maakt in het algemeen de stroefheid in de afwikkeling der affaires de kosten, speciaal die der baissiers, bij den contanten handel hooger dan bij termijnhandel.

Zoo schrijft de heer K. O. Goedewaagen*) in zijn geschrift ter aanbeveling van den termijnhandel: „zal het dikwijls niet veel voordeeliger zijn, om in een niet rentegevend fonds, dat b.v. 40% noteert tegen een rentevergoeding van b.v. 4% jaars te contramineeren, dan daarin tegen 5% a la hausse te gaan: de contramine zal bij stabiliteit van koers over 10 jaar genomen 16% verdiend, de haussier 20% verloren hebben".

*) „Onze Geldmarkt". *) o.c. pag. 97.

Sluiten