Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

had de aanbieder een vrijblijvende offerte gedaan van 50 HL. frambozensap tegen een prijs van Af. 1.20 per Kilo, waarmede de wederpartij accoord ging. De verkoopster stelde echter de conditie, dat haar het verhes, dat zij bij een vroegere relatie met de wederpartij geleden had, zou vergoed worden. Te dien einde bood koopster den len Maart d. a. v. Af. 300.— ter vergoeding aan, waarbij zij zich uitdrukkehjk beriep op den brief van 22 Februari. Den 3en Maart telegrafeerde verkoopster, dat zij M. 10.— per HL. als vergoeding verlangde; haargeheele voorraad bedroeg 120 HL. frambozensap en 40 HL. kersensap. Dit voorstel werd nog dienzelfden namiddag geaccepteerd, maar den dag daarop kwam een telegram, dat de vruchtensappen intusschen aan een ander waren verkocht.

De wederpartij eischte nu schadevergoeding, want, zeide zij, het beding V. kan niet meer betrokken worden op het van het oorspronkehjke aanbod van 22 Februari in waar en prijs verschillende voorstel van 3 Maart d. a. v. Het LG. was het hiermede eens. Daartegenover wees het OLG. op den nauwen samenhang tusschen het aanbod van 22 Februari en de later gevoerde onderhandelingen, en op de korte tijdsnrimte, waarin zich alles had afgespeeld, hetgeen niet de opvatting wettigde, dat de verkoopster van haar rechten uit het beding V. afstand had gedaan. Dit beding behoefde niet in iederen brief en ieder telegram herhaald te worden; ook het voorstel van 3 Maart was dus een V. A. *,

Ziehier dus nog een voorbeeld van een verklaring, die zich uiterhjk geheel als een aanbod voordoet, maar per slot van rekening toch een V. A. blijkt te wezen. Of dit het geval is, is in laatste instantie een vraag van uitlegging, alles hangt af van de bijzondere omstandigheden. In het algemeen is echter bij de beantwoording der vraag, of een V. A. ondanks uitdrukkehjke bepaling of uitdrukkelijke verwijzing aanwezig is, de grootste voorzichtigheid geboden. Zelfs in tijden van groote economische ontwrichting zou een handelsgebruik, dat eenvoudig alle offerten voor vrijblijvend verklaarde, geen rechts-

1 In gelijken geest OLG. München 1 Mei 1916, waar ook gelet werd op de handelsusance in telegrammen ieder overbodig of overbodig geacht woord weg te laten. Anders: Rb. Maastricht 6 Oct. 1921.

Sluiten