Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149

geen vaste overeenkomst tot stand komt — al kennen de literatuur en de rechtspraak de wederpartij niet zelden het recht toe dat zwijgen als toesternming te interpreteeren — wordt bij de bijzondere V.-clausule de inhoud van de overeenkomst vanzelf — ondanks de wederpartij — definitief, wanneer de aanbieder niet onmiddellijk verklaart den prijs te moeten verhoogen of aan een ander te hebben verkocht.

De verschilpunten tusschen de algemeene en de bijzondere V.-clausule springen nog meer in het oog, wanneer men van meening is, dat de afnemer zich aan een „redelijke" prijsverhooging of hoeveemeidsvermindering niet vermag te onttrekken. In dat geval heeft de verkooper een bevoegdheid, die hij bij het gewone „vrijbhjvend" aanbod nimmer bezit, nl. een eenzijdig wijzigingsrecht.

Het rechtskarakter van de offerte „prijs V.", „tusschentijdsche verkoop voorbehouden" kan na het voorgaande niet twijfelachtig zijn. Aangezien direct met de acceptatie het bestaan van de koopovereenkomst aan 's aanbieders vrijen wil is onttrokken, staat het vast, dat dergelijke offerten tot de echte koopaanbiedingen moeten worden gerekend. Het voorbehoud in een verkoopsofferte „prijzen zonder verbinding" beteekent dan ook volgens het Haagsche Hof \ dat de aanbieder niet bedoelt de prijzen onherroepehjk op te geven, doch tevens, dat hij, op het oogenblik en totdat hij daarop terugkomt toe, tot die prijzen aanbiedt.

De constructie van het aanbod onder bijzondere V.-clausule is verschillend, naarmate men de wederpartij al of niet gehouden acht den verhoogden prijs te betalen, het restant te aanvaarden. Nemen we eerst het geval, dat de wederpartij vrij bhjft. Er ontstaat dan door haar acceptatie een gewone koopovereenkomst, krachtens welke de verkooper verplicht is tot levering van de genoemde hoeveelheid, de kooper tot betaling van den gestelden prijs. Maakt nu de verkooper van zijn voorbehoud gebruik om den gestelden prijs te verhoogen, de genoemde hoeveelheid te verminderen, dan annuleert hij daardoor de bestaande koopovereenkomst en stelt een nieuwe

1 Hof den Haag 10 Jan. 1910. Zie echter OLG. Oldenburg 14 Jan. 1920.

Sluiten