Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47

Voor deze bevolkingsgroepen gold hetgeen aanstonds *) voor Europeanen zal worden gezegd, in het algemeen eveneens.

Het bepaalde in Stb. 1835 no. 37 was alleen voor Java van toepassing.

Het wijkenstelsel was voor Inlanders buiten Java echter ook niet onbekend. Evenals daar hadden die wijken meestentijds geen imperatieve maar facultatieve beteekenis2). Uitzonderingen op dezen regel kwamen echter ook voor. Zoo werden b.v. de Mohammedanen van Boeroe gedwongen aan de kust van Kajeli te wonen,8) en mochten volgens het reglement op het binnenlandsch bestuur in de'residentie Amboina vastgesteld bij besluit van den Secretaris van Staat, Gouverneur-Generaal ddo. 15 April 1824 (Stb. 1824 no. 19a) zoogenaamde inlandsche burgers zich vestigen op plaatsen door het bestuur aangewezen4).

Voor Banka werd bij kroonordonnantie in Stb. 1854 no. 59 (artikel 4'8) bepaald, dat elke kampong zooveel mogelijk aan of bij den grooten weg moest liggen en dat bij aldien eenige kampong minder dan 20 huizen zou tellen, deze moest worden vereenigd met de naastbij gelegene.

Europeanen.

Gold Stb. 1818 No. 60 alleen voor Java, en zou zulks, gelezen het opschrift van Stb. 1823 no. 20, ook voor de daarin opgenomen regelen het geval zijn, de tekst van de laatste verordening leert, zooals gezien, anders 5).

Onder 7o van deze bepalingen toch werd de woonvrijheid ook voor de Buitengewesten aanzienlijk beperkt. Aan hen, die verlof bekwamen om zich buiten Java in Nederlandsch-Indië te vestigen, was het n.1. alleen vergund te gaan wonen op de hoofdplaats van een onzer bezittingen ; wilden zjj van woonplaats veranderen, dan

heden eens het voorstel heeft gedaan om tijgers in deze streken over te brengen, ten einde de bevolking op die wijze te dwingen zich in kampongs te vereenigen (Mr. Le Bütte in T. B. G. dl. 41 blz. 302). *) hieronder.

*) b.v. de inlandsche wijken in de afdeelingen Boeleleng en Djembrana der residentie Bali en Lombok (Stb. 1801 no. 160). ») Encyclopedie IV blz. 528. *) K. V. 1880—81 blz. 64. 6) Blz. 37.

Sluiten