Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

bewezen doordat op last van de regeering de Directeur van Justitie de hoofden van gewestelijk bestuur moest aanschrijven de bepalingen in Stb. 1866 no. 57, met meer zorg en stiptheid toe te passen x) en door de overweging, welke leidde tot het besluit opgenomen in Stb. 1854 no. 64. Daarbij werd bepaald, dat er in de residentie Rembang slechts 3 Chineesche kampen zouden zijn, en dat alle Chineezen, die zich geleidehjk hadden weten te onttrekken aan het oog van het bestuur en zonder toestemming waren gaan wonen langs de kust, binnen zekeren tijd naar de wijken moesten verhuizen 2).

Ook bleek dit uit de koloniale verslagen 3), alwaar de redenen werden vermeld waarom de in Stb. 1871 no. 146 opgenomen opgave van plaatsen waar wijken voor vreemde Oosterlingen zouden worden ingericht, zoo dikwijls moest worden aangevuld.

Zoo zijn te Blabak en te Grabak (Kedoe) vestigingen van Chineezen, die er van lieverlede zonder vergunning des bestuurs ontstaan waren, bij ordonnantie in Stb. 1879 no. 98 als Chineesche wijken erkend geworden, omdat verhuizing van bedoelde vreemde Oosterlingen, wier aanwezigheid bereids een vrij levendigen handel had in het leven geroepen, de belangen ook van de inheemsche bevolking zou geschaad hebben.

Hoe de Chineezen te werk gingen om buiten de voor hen aangewezen wijken zonder voorkennis van het bestuur, geheele nieuwe wijken te vestigen, hiervan gaf Mr. J. H. Abendanon een voorbeeld, toen hij, naar aanleiding van de op 19 November 1912 door Mr. P. H. Fromberg voor het Indisch Genootschap gehouden lezing, eenige opmerkingen maakte.

Zijn woorden waren:

„Ik moet nog een klein staaltje aanhalen om te doen gevoelen, hoe b.v. het wonen in afzonderlijke wijken wel eens een wassen neus is geweest.

Degenen onder ons, die te Batavia zijn geweest, herinneren zich op Parapatan de Cliineesche toko's. Toch is daar geen Chineesche wijk. Lk heb die winkels daar zien ontstaan omstreeks 1876. Een

!) K. V. 1871, blz. 53. 2) K. V. 1854, blz. 33.

*) Nog blijkt dit o.a. uit H. C. van der Wijck, Onze koloniale staatkunde, blz. 19 en Margadant dl. III, blz. 82 en 88.

Sluiten