Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

buiten de havens van hun rijk niet te vergunnen zonder voorkennis en vooraf gekregen toestemming van den naastbij bescheiden gezagvoerenden Nederlandschen ambtenaar. Handelaren werden echter in de havens van hun rijk toegelaten en mochten aldaar verbhjf houden zonder die voorkennis en toestemming zoolang zij de orde en wet niet verstoorden ; bleven zg echter langer dan drie maanden in die havens, dan moest daarvan door den Vorst of rijksgrooten kennis worden gegeven aan den naastbij bescheiden gezagvoerenden Nederlandschen ambtenaar.

Het gouvernement van Nederlandsch-Indië hield zich de bevoegdheid voor, om ten aanzien van de toelating en vestiging van Chineezen en andere vreemde Oosterlingen in zeker rijk ten allen tijde zoodanige verordeningen uit te vaardigen als het in het algemeen belang van Nederlandsch-Indië of in het bnzonder belang van dat rijk zou noodig achten.

Dit kwam dus hier op neer, dat ook wanneer Europeanen of vreemde Oosterlingen in Nederlandsch-Indië werden toegelaten of aldaar eene vergunning tot vestiging kregen, zg toch niet zonder meer in een zelfbesturend rijk mochten gaan wonen, doch daartoe in het algemeen vergunning noodig hadden van een bepaalden europeeschen bestuursambtenaar.

Eene bijzondere beperking van het woonrecht komt voor in de Ternate en Batjan regeling. De onderdanen van den Sultan mogen zich, volgens die bepalingen, buiten het sultanaat vestigen met toestemming van den Sultan, die slechts om gewichtige redenen, ter beoordeeling van het gouvernement die vergunning mag weigeren. Een vrij vertrek is dus daarin niet toegestaan. Was de regelingsbevoegdheid van het gouvernement ten aanzien van zelfbestuursonderdanen exceptioneel en moest zulks altijd uit het contract blijken, allengs werd dat recht tot „regelen" uitgebreider, totdat het ten slotte in de korte verklaring zijn hoogtepunt bereikte, doordat daar het gouvernement de onbeperkte bevoegdheid kreeg tot het treffen van regehngen, bindend voor de landschapsingezetenen. Een regeling van het woonrecht uitgaande van het zelfbestuur, is dezerznds niet bekend.

Sluiten