Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

129

gewest niet zoo lang blijven bestaan als zulks het geval was voor de Preanger-Regentschappen, want reeds bij ordonnantie van 20 Juü 1859 (Stb. 1859 no. 52) werden alle uitzonderingsbepalingen ten deze ingetrokken, en werd verklaard, dat de verordeningen betrekkelijk het reizen over Java ook toepasselijk zouden zijn voor Madoera.

Bij de meermalen genoemde herziening van het passenstelsel in Stb. 1863 no. 83 werd verder ook geen onderscheid gemaakt tusschen de voorschriften geldend voor Java en die geldend voor Madoera ; voor laatstgenoemd eiland werden hierbij geen bnzondere bepalingen genoemd, zooals dat wel geschiedde voor het reizen naar de Vorstenlanden en naar de Preanger-Regentschappen.

Het is daarom niet te begrnpen waarom bij ordonnantie in Stb. 1870 no. 80 verklaard werd dat voortaan voor de vreemde Oosterlingen de voorschriften „betreffende het inwonen en het reizen in de residenties Djokjakarta, Soerakarta en Madoera geheel dezelfde zouden zijn als die welke golden voor het overige deel van Java.

Europeanen.

Ten aanzien van het recht tot reizen hield het R. R. van 1854 geen enkele bepaling in.

Golden betreffende het reizen van Europeanen x) bij de inwerkingtreding van deze Dadische grondwet nog de bepalingen vervat in Stb. 1818 no. 60, zooals die in den loop der jaren waren aangevuld en gewijzigd, bij koninkhjk besluit van 27 October 1860 (Stb. 1861 no. 40) jo. de ordonnantie van 29 Mei 1861 (Stb. 1861 no. 41) kwam hierin een groote verandering. Deze voorschriften stelden alle daarmee strijdige regelen buiten werking, ze zouden gelden voor heel Nederlandsch-Didië en maakten onderscheid tusschen toegelaten en gevestigde personen. De toegelaten personen kregen daarbij geen recht om te reizen, wel kon aan hen die in Nederlandsch-Didië aankwamen, met het doel om te reizen daartoe vergunning worden verleend, welke vergunning voor Java en Madoera moest afgegeven worden door den Gouverneur-Generaal. Die vergunning gold voor zes maanden, maar kon verlengd worden.

J) Zie voor het uitreiken van passen aan behoeftige zeelieden B.B. 844.

9

Sluiten