Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

179

te kennen geleid te zijn door den wensen om aan deze bevolkingsgroep eene zoo groot mogelijke vrijheid op het gebied van wonen te verzekeren. Eischen, welke de verzorging van de economische belangen der inlandsche bevolking haar stelde, weerhielden haar om den passen- en wijken-dwang met één slag te vervangen door algeheele vrijheid van allen, die tot dusver aan dien dwang waren onderworpen. Gezette overweging van die eischen brachten haar echter tot de overtuiging, dat in ruime mate kon worden voldaan aan haar streven naar vrijmaking zonder gewichtige belangen te schaden. Daarom moest bij de uitvoering dezer bepalingen op den voorgrond gesteld worden, dat geen enkele andere beperking zou worden bestendigd, dan met het oog op evenbedoelde economische belangen volstrekt noodig moest worden geacht. Als de uitdrukkelijke wensch van den Gouverneur-Generaal werd aan de uitvoerders dezer regelen bekend gemaakt, dat hun wijze van uitvoeren van deze verordening zou moeten aansluiten bij dat standpunt der regeering en dat mogelijk eigen principieel afwijkende inzichten zouden worden ter zijde gesteld.

Dit alles gaf de bedoeling der regeering wel duidelijk weer, maar nam niet weg dat er volstrekt geen zekerheid werd geschapen dat de beoogde grootere vrijheid van wonen, welke de regeering aan de vreemde Oosterlingen wenschte te geven, ook werkelijk algemeen aan hen werd toegekend.

Een tweede regeling, welke beoogde de gegronde grieven der vreemde Oosterlingen weg te nemen, kwam tot stand bij ordonnantie opgenomen in Stb. 1910 no. 538, geldend alleen voor Java en Madoera. Terecht voelden vooral de Chineezen het als een groote krenking dat geen hunner vooraanstaande mannen, zelfs niet hun officieren, vrijgesteld waren van de voorschriften, die hun bewegingen en hun wonen als van gevaarlijke individuen aan banden legden.

Hiermede werd bij de aangehaalde verordening gebroken. Bepaald werd, dat de beperkende voorschriften met betrekking tot het wonen, voor zooveel de gouvernementslanden betrof op Java en Madoera, niet van toepassing zouden zijn op de ondervolgende personen en hun gezinnen :

a. de door de regeering aangestelde hoofden van vreemde

Sluiten