Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

203

bij haar voornoemde ordonnantie een zoo groot mogelijke vrijheid van verkeer wilde verzekeren en dat alleen eischen, welke de verzorging van de economische belangen der inlandsche bevolking haar stelden, haar hadden weerhouden het passenstelsel hier geheel af te schaffen. Zij wenschte daarom, dat alleen dergelijke overwegingen aan de beslissingen der bestuursambtenaren hier den doorslag zouden geven en dat mogelijk eigen principieel afwijkende inzichten zouden worden terzijde gesteld.

In dit verband werd er nog op gewezen, dat voor het bezoeken van dessa's niet behoorende tot de straks genoemde plaatsen, ook wanneer zij gelegen waren aan de zoogenaamde groote verkeerswegen, een pas vereischt was. Strikt genomen zou derhalve een vreemde Oosterling, die in een dessa als hier bedoeld zonder pas werd aangetroffen, strafbaar zijn. De Gouverneur-Generaal vertrouwde echter, dat de bestuursambtenaren aan dit voorschrift een rationeele toepassing zouden geven en alleen dan tot een vervolging zouden overgaan, wanneer de omstandigheden, b.v. een herhaalde overnachting in een dessa, er op wezen, dat het bezoeken van die plaats het opzettelijk doel van den niet in het bezit van een pas zijnden reiziger was. Alles wees er derhalve op, dat nu de regeering ook de vreemde Oosterlingen in hun beweging zoo weinig mogelijk wilde belemmeren. Of nu deze regeling tot het gewenschte doel leidde valt te betwijfelen.

Altijd waren er toen nog heel wat bestuursambtenaren, die overtuigd waren, dat invloed van vreemde Oosterlingen op de Inlanders slecht is, en die daarom, niettegenstaande aangehaald regeeringsschrijven, hun wel niet de groote vrijheid zullen gegeven hebben, die naar den wensch der regeering hun zou worden toegekend.

Tot de definitieve afschaffing van het passenstelsel voor vreemde Oosterlingen durfde de regeering dus in 1910 nog niet over te gaan. Dat de vrees welke haar daarvan terughield ongegrond was, blijkt n.b.m. duidehjk uit de omstandigheid, dat reeds enkele jaren nadien eindelijk de beslissende stap werd gezet, en het passenstelsel ook voor vreemde Oosterlingen voor reizen op Java en van daar naar de Buitengewesten werd ingetrokken. In die paar jaren tijds kan er ten aanzien van den slechten invloed die er van den vreemden Oosterling uitgaat op den economischen toestand van den Inlander toch geen wijziging van beteekenis zijn gekomen.

Sluiten