Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

Over het algemeen is tusschen de constructie met object en die met een praepositie meer dan een alleen grammaticaal onderscheid te bespeuren. De zooeven besproken term hwj-tB heeft een gansch andere beteekenis, dan het beneden ter sprake komende hwj r tB. Dit verschil van beteekenis treedt vooral aan den dag in passages, waar hwj gevolgd wordt door den naam van een lichaamsdeel. Volgt dit laatste op het verbum zonder toevoeging van een praepositie, dan kan men hwj algemeen als „bewegen" vertalen: hwj dnh „de vleugels uitslaan" (Pyr. 463c; Mag. Par. Harris, Recto 7:8); hwj-c „den arm uitstrekken" (Pyr. 1999c/), dat op gelijke lijn met dwn- (zie boven bij I. 11) en dB- (A. Gardiner, Admon., blz. 82) staat. De tusschentrap tusschen de latere, coptische, samenstellingen als pi7v.<\, piumg e. d. en dit klassiekaegyptisch gebruik, vormt het demotische wn pB-nte hwj-rB.f e-tbe dhh: „menigeen spreekt om te kleineeren (xtoXpJ de verdiensten van anderen" (Pap. Insinger 25 : 10).

20 + h r. De praepositie hr wordt voor den naam van een lichaamsdeel ingevoegd, wanneer dit het logisch object is van het in zijn eigenlijke beteekenis gebruikte verbum hwj (zie beneden bij hBj): hwj hr dBdB „op het hoofd" (Pap. Leiden 345, Verso G. 4: 14), hr mBf „tegen den slaap" zooals in onzen text; hr ïr.t „op den neus" (Pap. Leiden 343, Verso 4: 3), hr psd.t „op den rug" (4 Anast. 8:7), hr d.t „op de hand" (d'Orb. 6:9), e. d. Vandaar dat in den reeds geciteerden zin Bauer R 73 ook cBg hr c.t.f nb geschreven werd. De herinnering aan dit gebruik was zoo krachtig, dat zelfs bij uitdrukkingen, die geen verbum finale bezitten, hr wordt toegevoegd aan omschrijvende samenstellingen, die uiting geven aan hetzelfde begrip van „treffen, slaan", enz. dj.nj md.k hr dBdB n rky.k „ik geef u uw staf [om te treffen] het hoofd uwer vijanden" (A. Z. 46 [1909], 66, Ptol.); zoo zegt ook de grieksche komediedichter: \xft(2xva rif» (Sxytrypixv èiri nvx (Menander, Samia 232). Deze constructie met hr geldt wel is waar niet doorloopend '), maar in het meerendeel der gevallen gaat het verschil in constructie tusschen hwj + object en hwj' + praepositie samen met het hier gegeven onderscheid in beteekenis.

3° + r;- In het boven (blz. 18) reeds vermelde Poem of the Chariot (A. Z. 18 [1880], 95) wordt van de cwn.t van den koninklijken strijdwagen gezegd: cwn st hBi.[w\t wBw hw.tJt r wc ïw hB hB.t: „zij slaat de vreemdelingen uit verre landen; wanneer zij één man treft, vallen er duizend". Dezelfde praepositie wordt gebezigd in een magischen text: hwjj r.k m wc n pss.t „ik sla u naar

') Een uitzondering is bijvoorbeeld hwj.n.f d3d3.w sbj.w „hij trof de hoofden der vijanden" (Pap. Bremner 22: 10 e. v.). Men zou de definitie misschien iets scherper mogen omlijnen: hwj -\- hr wordt gebruikt, wanneer er een bepaald lichaamsdeel, met uitsluiting van den rest van het lichaam, wordt bedoeld; d3d3.w is hier natuurlijk als pars pro toto op te vatten. Een apart staande uitdrukking is hwj hr + persoonsnaam : „gemeene zaak maken met" (Pap. Judic. Tur. 4:2 en 5:4).

Sluiten