Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

(K. Sethe, Verbum II § 565A, zie beneden VI: 13); en wanneer wij de phrase dus grammaticaal juist willen transscribeeren, moeten wij wd dj.t ms\tw\ n.f lezen. Deze uitgang -tw mist men ook in mtw dj.t \n.\tw\ sw n.j „men laat mij dit (= st) brengen" (Pap. Leiden 370, Verso II, naar K. Sethe, Verbum II, blz. 464). De onbepaalde infinitivus kan alleen als object staan bij verba, wanneer het subject van het regens identiek is met het logisch subject van den infinitivus, lett.: „zij bevalen, dat men voor hem [een zoon] zou laten geboren worden".

i° Wd dj.t is één uitdrukking voor „bevelen"'), welke reeds in het M. R. voorkomt: wd.tw r.f dj.t dbB st dbS.f st „wanneer men hem beveelt een vergoeding te geven, dan zal hij deze betalen" (Bauer R 93); wd hm.f dj.t smn.tw nht.w dj.n n.f U.f 3Imn hr sB.t mr m h.t-ntr „de vorst beval, de overwinningen, welke zijn vader Amon hem geschonken had, op den steenen tempelwand te vereeuwigen" (Urk. IV. 684). Negatief luidt de constructie: wd tm dj.t ïrr.tw „verbieden dat het ooit weer gebeurt" (Decreet van Harmheb 32)2).

2° Gevolgd door ir.t „bevelen iets te doen": in wd.tw ir.t mn.t-irj n tB cw.t spss.t „men zal toch niet3) bevelen om zoo iets met dit prachtige vee te doen?" (Westcar 8 : 17). Evenals wd-dj.t is ook wd-lr.t tot één begrip versmolten, waarbij meestal wederom een ellipse van het object optreedt. N mh.n.j hr wd.t.n.f ïr.t „ik heb niets vergeten van wat hij bevolen heeft om te doen" (Urk. IV. 750); ntf wd.w n.j \r.t „hij is het, die mij tot dezen daad dwong" (Urk. III. 22). De eenheid dezer samenstelling blijkt uit het epitheton wd-'ir.t, „de bevelen gevende"4), dat in een Ptahhymne aan den god wordt toegekend (Pap. Berl. 3048. 9, 12a naar B. W.B.). Eerst in de latere tijden (Perzische en GriekschRomeinsche periode B. W. B.) wordt tusschen wd en den volgenden infinitivus de finale praepositie r ingeschoven.

Een ander gebruik van het verbum wd komt IV : 12 ter sprake.

Sdr. Zie commentaar bij III: 6. Tegenover sdr hnc staat sdr hBrï „ongehuwd zijn" (Admon. 8: 1).

Iwr. De door Maspero geopperde aanvulling hp twr (d'Orb. 18: 5; Pap. Med. Berl. 3038, Recto 1 : 1), waarmede men Ssp-chBw, „den strijd aanvangen" (Karnak, B. W. B.), hp-tp, „beginnen" (Urk. IV. 322), Zsp-Stp „wegvaren" (Sinühe B 246), ïsp-hB.tj „moed vatten" (4 Sall. 16 : 2); hp Sd „gezoogd worden" (A. Z. 40 [1902],

') Wd + infinitivus komt slechts éénmaal in de Pyramidentexten voor: Hrw pw ■wd.w n.f lr.t n U.f „het is Horus, die bevolen heeft om [dit] voor zijn vader te doen" (Pyr. 261a).

*) Een bijzondere samenstelling vormt wd dj.t m hr n „bevelen dat aan iemand iets opgedragen wordt, iemand een opdracht geven" (LD. III. 254*), dat zeer zelden in wd m hr verandert (Doodenb.-Nav. 183: 17).

3) Op een vraag, ingeleid door In wordt een negatief, ingeleid door In-lw een positief antwoord verwacht (F. Vogelsang, Bauer, blz. 91); de partikel In zonder \w is indifferent (A. Gardiner, P. S. B. A. 35 [1913], 272).

4) Evenzoo Maspero, Momies Royales 25 b: 8 en Edfu, II. 68 (B. W. B.).

Sluiten