Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

g3i, hoewel voor dit laatste het gebruik in beide boven geciteerde texten pleit. Zoowel voor bgi als voor g3s is echter het aantal gegevens tot nog toe zeer gering.

'Inj. v3Inj schliesst, wie mir scheint, so ziemlich alle unsere Ausdrücke wie ,bringen, holen, abholen, liefern, kaufen, verkaufen' in sich ein" (Alex. Scharff in A. Z. 59 [1924], 26).

Kol. IV. hr tr nt-ht n3 hrw iw3 hr nn Iw p3 [hrdw] hr tnj.t sic m h\wt.f nb.t iw.f J12) hr h3b.t n p3y.f 'itf m dd )jt ih 'iw mjn3r kmi.kwj hr nfk.tw.j wd.kwj n [III n] ï3y \ntmc (13) .... j \ry.t n h3.tj.j ï tr.tw p3 ntr lr.t p3-ntj m 'ib.f wn-'tn.tw hr ?•? p-™: dj.t n.\f] wrr.t *f SP Kol. V. (1) ff.w nb.t n.w r[3-c 4? ** / r stniw tw.tw hr d3y.t.f r p3 rwd \3b.tj (2) ïw.tw hr dd n.f )h im.t.k... 3b.k p3y]-f tint hnc.f iw.f hr hdj m-i3 ib.f hr h3i.t iw.f

cnh.f m tp n \3w.t (3) nb n h3i.t ipr r (sic) pw ïr.n.f r p3wrn Nhm

„En toen de dagen daarna voorbijgegaan waren en de jongen volwassen was geworden in al zijn leden, zond hij een bericht tot zijn vader met de volgende woorden: „Waartoe dient het nu toch, dat ik maar steeds hier zit? Zie, ik ben toegewezen aan drie lotsvoorspellingen. Laat <mij nu> handelen volgens mijn wensch, <want> ook de godheid handelt, zooals hij het wil". [Men] gaf hem een wagen ... en allerlei wapenen ... zijn ... om hem te volgen. Men zette hem over naar den oostelijken oever en sprak tot hem: „Ga nu maar, waarheen gij wilt". Zijn windhond [was] bij hem en hij trok noordwaarts naar vrije verkiezing in de woestijn, en leefde van het beste van het wild der wildernis. Hij bereikte den vorst van Naharïn".

Commentaar.

De text In de laatste lacune van regel 13 is nog F 58 te onderscheiden: wn-in.tw hr [dj.t n.f].. [Iw.tw hr] dj.t n.[f] wrr.t [ssmi].. [hnc] jf.w nb n.w r3-c „men gaf hem een., en men gaf hem een wagen en paarden (?) en allerlei wapenen", waaraan kan aansluiten in V: 1: [}w.tw hr dj.t n.f idm].f r ïntiw „men gaf hem zijn dienaar als geleide mee". Maspero's aanvulling tint in plaats van idm is onwaarschijnlijk, daar in den volgenden regel eerst de hond wederom wordt genoemd. De eerste lacune in regel 2 is een radeering, waarin r [p3 ntj] kan worden gedacht. In de tweede lacune vereischt het zinsverband [)w p3y]f tint. Dat in het vervolg van een tint sprake is, is een slordigheid" van den schrijver (zie den commentaar bij IV : 10).

Tnj. i° Het intransitieve verbum tnj, welks radicalen nog niet met zekerheid zijn vast te stellen (K. Sethe, Verbum I

Sluiten