Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io7

al Kidïi door Kundtzon als „Etagama ist Herr von(?)" KadeS vertaald. H. Winckler interpreteerde pawari door *11B = VlE). H. Ranke (Keilschr. Material, blz. 24) verwerpt Winckler's hypothese terecht en verklaart pawari als een transscriptie van het aegyptische p3 wr-cB: „Etagama heeft op het oogenblik'in Kades de macht in handen". Door deze woorden te kiezen betoont zich derhalve Abimilki van Tyrus, uit wiens kanselarij dit document is verzonden, als een ware hoveling, die de officieele taal van het aegyptische hof terdege kent.

Het Demotisch heeft het gevoel voor dit onderscheid tusschen wr en sr verloren. In titels wordt steeds van wr gesproken (Petub. n° 90); nB pr-B.w n pB tB lrmc nB wr.w zijn de landsvorsten en magnaten (Mythos 10:28); hr f}?./ wr ïrj wr e.f cnh etbe nB „hij schenkt den magnatenzoon uit medelijden het leven" (Pap. Insinger 31 : 16). De trotsche titel sr is in het coptische cioirp gedaald tot de beteekenis „eunuch" ').

Nhrn. Over den naam Naharina zie men Acta Orientalia II [1923], blz. 216, waaraan nog de variant NhrnnB (A. Z. 44 [1907/8], 38) kan worden toegevoegd.

Kolom V. ls.tw bw.pwy.t msy n pB wr n (4.) Nhrn hrw wc n srj s.t-hm.t ls.tw kd nJ wc n pr Iw pBy.f sïd m wBy (jj LXX mh r pB Iwtn Iw.f hr dj.t In.tw ïrj.w nb n wr.w nb n pB tB n HBrw Iw.f hr dd nJn Ir (6) pB-ntj Iw.f r ph pB sïd n tBjj ïrj.t iw.s n.f r hm.t hr Ir rn-ht hrw knw swB (7) hr nn lw.sn m pBy.sn s)prw tnw hrw.w snn pw Ir.n pB hrdw hr.sn wn-in.sn (8) hr It.t pB hrdw r pBy.sn pr ïwJn hr wcb.f lw.sn hr dj.t wnm[w] n pBy.f (p) htr.w lw.sn hr lr.t Ih.t nb n pB hrdw lw.sn hr sgn.f IwJn hr wt rd.wj.f \w.sn fio) hr dj.t cèw n pBy.f ïmsw IwJn hr dd n.f m shrw n s.dd.

„Den vorst van Naharin was [geen kind] geboren, behalve een dochter. Voor deze [was] een huis gebouwd, welks erker zeventig ellen van den beganen grond verwijderd was. Hij liet alle zoons van alle vorsten van Syrië ontbieden en sprak tot hen: „Dengene, die het venster van mijn dochter zal bereiken, zal zij tot vrouw zijn". Nadat er vele dagen waren voorbijgegaan2) en zij op de gewone wijze hun dag doorbrachten, kwam de jongeling voor hen voorbij. Zij namen den jongen man mede naar hun huis, baadden hem en gaven voeder aan zijn span; zij overlaadden den jongeling met allerlei [goede] dingen, zalfden hem en omwonden (?) zijn voeten. Zij gaven brood aan zijn dienaar en spraken tot hem, bij wijze van conversatie:... "

') Zoëga 283; Catal. Manuscr. Coptes Leiden ed. Pleyte-Boeser, blz. 326; Matth. 19:12; slechts Genesis 37 : 36 is ClOTTp de Tertaling van Potiphar's titel &px,l*&y*'PBi. 2) Vgl. €2SjMï2£COK MOVATOJtiOOOIT Pap. Copt. Berl. 9009. XII: 12 e. v.

Sluiten