Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IOQ

waarin dit absoluut gebruik van hr optreedt. Geschiedde dit misschien onder invloed van het synoniem wp-hr\

Srj s.t-hm.t. In deze uitdrukking is srj een neutrum, dat eerst door de appositie s.t-hm.t nader bepaald wordt. Nadat op deze omslachtige wijze de nieuwe dramatis persona aan den lezer is voorgesteld, wordt in het vervolg (b.v. regel 6) eenvoudig van tB srj.t gesproken. Voor srj zie bij III: 3.

Ssd. De beteekenissen van het woord sïd „venster, balkon" zijn in de volgende groepen in te deelen:

i° „erker van woonhuis". Als zoodanig wordt ssd opgenoemd onder een reeks van technische termen, waarmede de verschillende onderdeden van het woonhuis worden aangeduid (Pap. Golénischeff 5 : 16 < 51 > B. W. B.). In het reisverhaal van den Palaestina-reiziger wordt verteld, hoe vorst Zakarba'al audiëntie geeft „met den rug tegen het raam geleund" (hc3 Bt.f r wc ssd Wenamon I. x + 13). Uit den sïd wordt de overspelige vrouw

aan de honden voorgeworpen (I Kh. 5 : 27), vgl. npojM CTtgoireiT

ujAgpAi eneTCOHT e&oXpjri hujottujt1) atoj pixn nXCHCruup

(Zoëga 459). Wij zullen bij den sïd moeten denken aan de erkervormig uitgebouwde balkonramen (meïrebtjeh) der moderne aegyptische woningen. Misschien behoort hierbij de bedorven passage op een ostracon (A. Erman, A. Z. 38 [1900], 38): [cnh] wdi snb w3h hr.t tizu ndm )r.{ 'm[k.t m p3] sïd „leven, geluk en gezondheid mogen op u rusten en een zoete wind moge [u omgeven in het?] venster" (aanvulling onzeker).

2° „erker van het paleis"2). Het balkon venster van het paleis, dat bij het sd-kest zoo'n groote rol speelt3), is de plaats, waar de vorst zich aan het volk vertoont (fff): wn-m hm.f cnh wd3 snb hr ff m p3 sïd hsbd „de vorst vertoonde zich op het lazuren balkon" (d'Orb. 17:3 e. v.); sjf hm.f m-hn sïd n ff r-h3.t ntr pn „de koning straalde in den erker ten overstaan van dezen god" (H. v. Bergmann, Hiër. Inscr. 39: 14 e. v.). Het balkon zelf heet dan ook sïd c3 n hcy n nb nfr „het schoone gouden venster, waar de koning straalt als Rê bij zijn opgang" (Pap. Harris 4: 12). Ik vertaalde sïd met „erker". Oorspronkelijk is het alleen de vensteropening zelve, die op een balkon (crtj)4) is uitgebouwd: sïd wbh.t ertj n hsbd mfk3.t „het witte venster [van]

') j>JI\.OOC pj2£M (N.B.!; OTTjgOITUJT = xaU^o^ae &ri T«fs iuiiSoe (Handelingen 20: 9).

2) vgL LD- DL 97*5 = el-Amarna I. 6—8; LD. IH. 103—109; in Medinet Habfl: Rosell., Mon. Stor. 125, 132; Champ. Mon. 218, 224; Notie. Descr. I. 370; A. Weigall, Antiquities of Upper Egypt, blz. 238, 242; Mém. Mission V, pl. i—6 (Harmheb); Hölscher, Das hohe Tor von Medinet Habu, blz. 49 e. v. en E. Amélineau, Prolégomènes II, blz. 61.

3) A. Moret, Caractère relig. de la royauté pharaonique, blz. 204, 207.

4) =rP9J7 (A. Erman, A. Z. 38 [1900], 7); M. Bnrckhardt, Fremdw. n° 279 en Pap. Harris 4: 2.

Sluiten