Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IIO

het lazuren balkon" (3 Anast. 7: 5). Van hieruit beschouwt de koning het defileeren der gevangenen en de tributen, hem door overwonnen volkeren gebracht: in.w hr sïd dj.t mB3 hm.f knn.f „de tributen liggen (?) onder het venster, opdat hij den koning het bewijs zijner dapperheid voor oogen kan stellen" (Düm. Hist. Inschr. 5 1 48). In eerbiedige gebogen houding (h3bw 1 Anast. 15:1) passeeren de belastingbetalers onder het raam van hun heerscher (Pap. Koller 5 : I; 4 Anast. 17:7, 2 Anast. 8 Verso; Pap. Harris 78 : 4).

30 „erker van den tempel, kapel". Van een V//-balkon vernemen wij in den tempel te Medinet Habü (Pap. Harris 4: 2), in het Anher-heiligdom te This (ib. 57: 13), in den tempel van Thöt te Hermopolis (ib. 58: 5), van Osiris te Abydos (58 : 10) en van Upuat te Siüt (59: 3). De afleiding van het woord {7\bv> zie blz. 109, noot 4) bewijst, dat de 'rtj het deel van het heiligdom is, waarheen men opstijgt. Hetzelfde geldt voor den sïd: ts hndw r sïd wr r m33 R m h.t bnbn.t „stijg den trap op naar den grooten erker om Rê in zijn obeliskkamer te zien" (Urk. III. 39). Zooals de Zonnegod des morgens opgaat (jf), vertoont zich ook de vorst aan zijn onderdanen (A, de Buck, Oerheuvel, blz. 30 en 83). Het woord ts is hier van groot belang. Naast het boven (bij IV : 7) besproken tsj hr htr „het span bestijgen", vindt men in Karnak sïd1) hr htr (Rev. Trav. 11 [1889], 123); Cairo Stéle 22180 (uit den Ptol. tijd) kent den term sïdb}.s r p.t „haar ziel stijgt ten hemel" (W. Spiegelberg, A. Z. 43 [1900], 130). M. a. w.: sïd is, ook wat betreft zijn etymologisch beeld, het aeg. pendant van het semietisch leenwoord "rtj.

De sïd als erker, waarin de godheid zich vertoont, wordt tot benaming van de kleine kapel of schrijn, waarin het cultusbeeld zich bevindt. Bjk m-hn n sïd „de heilige valk in de kapel" (Doodenb.Nav. 71 :3) is een aanduiding van den verschijningsvorm van den god, die ook (Stéle Weenen n° 52) Hrwp3 sïd „Horus van den sïd" heet. De algemeene beteekenis van „heiligdom" krijgt het woord in de volgende passage, die wegens haar woordspeling interessant is voor de uitspraak: htmw.tn m(l) rï.w cnbw.tn r3 mj htm.tw ssd m Ddw mj s.hd-t3 m 'tSbt.t mj htm.tw rB n ïd.tw n cntj "str.t „gij zijt verzegeld en gesloten van mond, zooals bij het opgaan van de zon in het Oosten (?) de kapel in Busiris gesloten2) wordt, of zooals gesloten wordt de mond van den voedsterling (ïd.tw) van Anaïtis en Astarte" (Mag. Pap. Harris, R 3 :7). Een ïst (ujovigT, vgl. K. Sethe, Verbum I §§430, 272 a) voor Bastet werd in het 32*" jaar van Amasis te Bubastis ingewijd (Rev. Egyptol. 1881, blz. 43); er bestond reeds een in Heliopolis (Pap. Bülaq 3. 8: 5).

') Het determinatief I4 is ontleend aan een ander woord Ssd, den naam van een sterrenbeeld (Urk. IV. 615).

2) Wn htm.w ht.tw SSd.w 3bw „geopend worden de sloten van huizen en tempels(r) in Elephantine" (4 Sall. 6:10).

Sluiten