Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i68

Een mooi voorbeeld dus voor mijn opvatting van den term „Sai en Renênit", die tevens volkomen in overeenstemming is met de phlegmatische indolentie, die den oosterling kenmerkt').

Wanneer wij de gegevens nagaan, die ons door de texten voor het woord s3j ten dienste staan, dan blijkt dat in vele gevallen, waarin het niet in samenhang met rnnt voorkomt, de beteekenis „lot" e. d. onomstootelijk vaststaat. S3j beteekent „als deel, als plicht toewijzen", waarin steeds de gedachte aan een bevel stilzwijgend besloten ligt. Eenige voorbeelden mogen hier volgen. Onder de plichten van den vizier, die in het graf van Rechmirê omschreven staan, vinden wij het voorschrift •■ ntf s3 chc.w r $3 nb n.f sw „hij wijst aan elkeen, die daartoe de toestemming heeft, lastschepen toe" (Urk. IV. 1116). S3j bjk.w, parallel aan ïrj htr.w „belasting opleggen" (LD. II. 144?, I2de dyn.; vgl. A. Gardiner en E. Peet, Inscriptions of Sinai, pl. 51, n° 139:6 e. v.), legt reeds meer den nadruk op het element van dwang, dat het woord in zich draagt. Zoo spreekt men van kmiv.t nb.t s3w m Irw „alle opgelegde corvéediensten" (de Rougé, Inscr. Hiérogl. 166:36, vgl. 1 Sall. 6:9 = 5 Anast. 17:3); en s3j is de terminus technicus voor het „voorschrijven" van wetten (SiütRifeh, pl. 17:56). Als gesubstantiveerd verbum beteekent s3j „het bevel, het gesproken woord (als potentieel feit)"1). Wij zullen in het vervolg een voorbeeld zien van het aan den wil eener godheid onderworpen noodlot. De vorst, door den god verwekt, is ms.tj tn-ï3w-n nd.tj.s „geboren met het voorop gezette doel, om het [land] te beschermen" (Israëlstèle 25 e. v.). Evenzoo n-s3-n beteekent algemeen „op bevel van" (b.v. Sinühe B 121). Als wilsuiting van koning (vgl. Urk. IV: 1194) of particulier (Pap. Tur. 16:7) vinden wij het verbum eenige malen in de samenstelling S3j hpr (zoo bijvoorbeeld Urk. IV : 96, 351 en 888; Dümichen, Bauurkunde von Dendereh, pl. II). J. H. Breasted vertaalde (Ancient Records II, § 293) eerstgenoemde passage ink s3w hpr: „I am the beginning of being", alsof er H3C in plaats van $3w stond. In aansluiting aan het volgende n kd.n pr.[w] n r3.j luidt echter de vertaling zeker: „wanneer ik beveel dat iets geschieden moet, gaat het uit mijn mond gekomen [bevel] niet te loor". Voor deze constructie kan men vergelijken smj.f s3.t.n.f hpr „hij berichtte al wat hij bevolen had, dat zou moeten geschieden" (Sinühe B 51)3). Een soortgelijke vergissing beging

') A. Erman (O. L. Z. 1924, Kol. 244) vertaalt: „er is niemand, die Sai en Renênit niet heeft leeren kennen"; hiervan is echter het verband met het voorgaande mij niet duidelijk.

2) Zoo reeds Le Page Renouf, Hibbert Lectures (1879), bis. l6o< Waar het een gelukkigen inval gold, sprak men van een hnw nfr n p 3 R? „een goed woord (of plan) van Rê" (5 Anast. 12:4), krachtens de dubbele beteekenis, welke hnw, evenals md.t (en het assyrische amatu\ bezit. '

*) VgL nfr & i.t & »Qe god beval, dat men het moest doen" (Urk. IV : 1074). Zie ook Urk. II: 221, regel 10 (als bevel van de godheid), aangevuld naar K. Sethe, A. Z. 53 (I017), 44) evenzoo S3 hpr wd.w Irjw in dezelfde beteekenis (Urk. IV. 96). Bij

Sluiten