Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

177

staat de doode afgebeeld in aanbidding voor de zon en zeven sterren '), die tezamen „alle hemelgoden" (ntrw nb.w) voorstellen. In de verzameling van Prof. F. W. von Bissing te 's Gravenhage bevindt zich een steen, welke van belang is voor den cultus, dien men reeds in den aethiopischen tijd aan het zevental der Hathoren bracht; ik hoop hem binnen korten tijd in de A. Z. te bespreken. Het reliëf vertoont vijf vrouwenfiguren (de twee anderen zijn vernield), welke blijkens de inscriptie de zeven Hathoren moeten voorstellen. Het offerformulier, dat eraan toegevoegd is, spreekt den wensch uit, dat de godinnen een leven mogen schenken van gezondheid en geluk (djJn CAC .... dj.sn cnh. wd3 snb). Vooral het gebruik van het woord CAC voor „leven" is, in het licht der boven besproken passage uit het graf van Amenemhat, zeer typeerend. Het lijdt geen twijfel, of wij hebben in deze gevallen te doen met een werkelijken eeredienst, aan een heptade van godinnen bewezen. Wanneer wij echter lezen, hoe zeven Hathoren, als dienaressen, de godin Hathor onder tamboerijnslag toezingena) of met pauken in de hand een „Cureten-dans" om den pasgeborene uitvoeren 3), dan is hiermede elke directe gedachte aan de godheid, wier naam zij dragen, verbroken. Het zijn de dienaressen en tempelpriesteressen, die, in godengewaad getooid, bij de uitvoering van haar ritueelen dans afgebeeld zijn onder den naam der godheid, tot wier dienst zij behooren4). Niettegenstaande de groote overeenkomst, die het zevental der Hathoren met de semietische goden van het lot bezitten5), mogen wij bij deze astrologische getalsopgave nog niet aan een ontleening van Aegypte aan de Euphraatlanden denken, daar men reeds in de M. R.-redactie van Doodenb. 17 : 20 (= Urk. V : 40) zeven 3hw in het gevolg van den heer van Sepa aantreft. De glosse uit het N.-R. noemt onder deze zeven ook de vier Horuskinderen, welke, op grond van LD. III. 170 e. v., reeds in Aegypte zelf tot de sterrebeelden werden gerekend. Zelfs wanneer men dus voor het zevental der Hathoren de verklaring in de astrologie zou willen zoeken, is Aegypte zelf, niet Syrië, als de bakermat dezer idee te beschouwen.

Dé Hathoren zijn dus lagere godheden, die de èai wel verkondigen, doch niet zelf den afloop der voorspelling in haar macht hebben. Evenals de zeven godinnen °), die in de geboortescène te Dendereh de taak van vroedvrouw vervullen, zijn ook de Hathoren ten nauwste verbonden met de geboortegenii, wier

') Naar de afbeelding bij Colin Campbell, The Miracnlons Birth of Amenhotep (1912), blz. 148.

2) J. Dümichen, Resultate 45.

3) A. Erman, Römische Obelisken (Abhandl. Akad. Wiss., Berlin. 1917, n° 4), blz. 27.

4) H. Kees, Opfertanz, blz. 106, en A. Blackmann, Journal Eg. Archéol. 7 (1921), 23. s) Ilêni simatim sibittihtnu, G. Reisner, Hymnen IV, blz. 139, 153 e.v.; en de

il»sibi bij E. Ebeliog, Keilschrifttexte aus Assur. relig. Inhalts III n° 102, regel 19. 8) Zie Bolte-Polivka 1. c. I, blz. 439.

12

Sluiten