Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

koop Europeesch porselein en ander aardewerk werd te machtig, men moest uit zelfbehoud meer het oog gaan richten op commercieel en fïnantieel voordeel, dan op ware kunst en kunstuiting, de smaak van het publiek wijzigde zich, de tijden en de tijdgeest veranderden, enz., in één woord: men kon niet ontkomen aan de zooeven genoemde onafwijsbare wereldwet.

Er zijn een dertigtal, min of meer beroemde Delftsche plateelbakkerijen of aardewerkfabrieken bekend, en in den bloeitijd waren er 24 te gelijk in werking, doch, naarmate de 18e eeuw ten einde spoedde en het verval der industrie gaandeweg toenam, verminderde dit aantal aanmerkelijk. In 1759 en 64 waren er nog 23, in 1794 nog maar 10, en in 1808 was dit getal zelfs tot 8 geslonken, namelijk: de Lampetkan, de Porceleyne fles, de Bloempot, de Klauw, de Grieksche A, de Drie Klokken, de Roos — die alleen maar tegels bakte — en de fabriek van zoogenaamd Engelsch aardewerk van Sanderson en Bellaerd.

Het verval was wel groot, als men bedenkt, dat er voorheen zooveel Delftsch aardewerk naar Engeland werd uitgevoerd, dat men daar eenvoudig alle aardewerk met den naam Delftsch bestempelde, dat vele Engelsche aardewerkfabrieken in hun aanvang eenvoudig navolgers waren van het alom beroemde Delftsche fabrikaat, — en dat nu bij den aanvang der 19e eeuw eene Engelsche fabriek van aardewerk te Delft gevestigd was om daar de oude wijdvermaarde industrie op zijde te streven en te overvleugelen 1 De concurrentie was zóó groot, dat de plateelbakkers zelfs een verzoekschrift tot de Staten-Generaal richtten om den invoer van Engelsch aardewerk te verbieden, en waarin zij erkenden, dat de Delftsche industrie in de laatste veertien jaar tot op een derde was verminderd, waardoor vele werklieden, die voorheen ruim hun brood verdienden, nu genoodzaakt waren tot de openbare liefdadigheid hun toevlucht te nemen om in hun onderhoud te kunnen voorzien.

Aan al dat zoogenaamd Engelsch-Delftsch aardewerk, door zekeren Engelschen pottenbakker Turner hier ingevoerd, en ook — omdat de bedorven Hollandsche smaak er nu eenmaal op viel — uit nooddwang te Delft nagevolgd, hebben wij al die monsterachtige grove pullen, bordjes en andere voorwerpen met die leelijke harde gele en bruine kleuren te danken, die thans nog in groote hoeveelheid overal worden aangetroffen.

In die dagen werd eigenaar van „de Porceleyne Fles" — de

Sluiten