Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

Tekst 1887.

130. De Staten vergaderen zoo dikwerf in het jaar als de wet bepaalt, en bovendien wanneer zij door den Koning buitengewoon worden bijeengeroepen.

De vergaderingen zijn openbaar, met hetzelfde voorbehoud als ten aanzien van de vergadering der Kamers van de Staten-Generaal is bepaald in art. 101.

181. De leden der Staten stemmen zonder last van of ruggespraak met hen die benoemen.

132. Omtrent het beraadslagen en stemmen gelden de regels in de artt. 105, 106 en 107 ten aanzien van de Kamers der Staten-Generaal voorgeschreven.

TWEEDE AFDEELING. Van de magt der Provinciale Staten.

133. Het gezag en de magt van de Staten worden door de wet geregeld met inachtneming van de voorschriften in de volgende artikelen dezer afdeeling vervat.

184. Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de hukhouding der provincie overgelaten.

Zij maken de verordeningen, die zij voor het provinciaal belangnoodigoordeelen.

Dio verordeningen behoeven de goedkeuring des Konings; deze kan niet worden geweigerd dan bij een met redenen omkleed besluit, den Raad van State gehoord.

135. Wanneer de wetten of de algemeene maatregelen van bestuur het vorderen, verleenen de Staten hunne medewerking tot uitvoering daarvan.

136. Elk besluit der Staten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van eene provinciale belasting, be-

Veranderingen 1917.

132. Omtrent het beraadslagen en stemmen gelden de regels in de artikelen 105, 106 en 107, eerste lid, ten aanzien van de Kamers der StatenGeneraal voorgeschreven.

Veranderingen en tekst 1922.

130. De Staten vergaderen zoo dikwerf in het jaar als de wet bepaalt, en bovendien wanneer zij door den Koning buitengewoon worden bijeengeroepen.

De vergaderingen zijn openbaar, met hetzelfde voorbehoud als ten aanzien van de vergadering der Kamers van de Staten-Generaal is bepaald in artikel 102.

181. De leden der Staten stemmen zonder last van of ruggespraak met hen die benoemen.

182. Omtrent het beraadslagen en stemmen gelden de regels in de artikelen 106, 107 en 108, eerste lid, ten aanzien van de Kamers der StatenGeneraal voorgeschreven.

TWEEDE AFDEELING. Van de macht der Provinciale Staten.

138. Het gezag en de macht van de Staten worden door de wet geregeld met machtneming van de voorschriften in de volgende artikelen dezer afdeeling vervat.

184. Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de huishouding der provincie overgelaten.

Zij maken de verordeningen, die zij voor het provinciaal belang noodig oordeelen.

Die verordeningen behoeven de goedkeuring des Konings; deze kan niet worden geweigerd dan bij een met redenen omkleed besluit, den Raad van State gehoord.

186. Wanneer de wetten of de algemeene maatregelen van bestuur het vorderen, verleenen de Staten hunne medewerking tot uitvoering daarvan.

136. Elk besluit der Staten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van eene provinciale belasting, be-

Sluiten