Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

Een huwelijkmakelaar (Schadjen) Bloem, zei tegen zijn zoon:

„Jij bent nu al oud genoeg om de zaak van mij over te nemen, jij gaat vandaag met mij mee om het vak te leeren. Ik ga naar de familie Cohen om hun de dochter van Polak aan te praten, alles wat ik zeg, moet jij nog een beetje aandikken."

Vader Bloem begint in schoone kleuren het meisje af te schilderen en zegt o. a.:

„Zij is zéér ontwikkeld."

De. Zoon: „En ö[ ze ontwikkeld is."

De aanstaande echtgenoot: „Heeft ze geld?"

Vader Bloem: Zeker heeft ze geld."

Bloem Jr.: „En óf ze geld heeft."

De aanstaande echtgenoot: „En van nette familie?"

Vader Bloem: „Héél nette familie."

Bloem Jr.: „Nou, en wat voor familie."

De aanstaande echtgenoot: „Nou, als dat meisje zoo is, zooals U haar afschildert, dan begrijp ik niet, waarom zij mij noodig heeft."

Vader Bloem: „Zij heeft een beetje hooge schouders, een héél, héél klein bocheltje."

Bloem Jr.: „Nou, en wat voor een bochel!"

Een ander Joodsch meisje kon maar niet uitgehuwelijkt worden, omdat ze nooit haar fatsoen kon houden en altijd vieze dingen zei. Op zekeren dag zegt haar vader: „Roosje, vandaag geef ik je nog één kans. Die jongen van Bolman komt hier eten, maar als je je nu niet netjes gedraagt, dan komt er wéér niets van."

De eventueele verloofde komt opdagen, men gaat aan tafel, waar de dochter zich tegen verwachting behoorlijk gedraagt. Maar opeens vliegt de kanarie door dè kamer en laat juist boven de soep iets vallen.

Dadelijk zegt de dochter hierop: „Dat had ik eens moeten doen "

De verloving sprong wéér af.

Een zeer bijziende jongeman wordt voorgesteld aan zijn aanstaande verloofde, Rosalie genaamd. Hij is vreeselijk bijziende en mag daarom zijn aanstaande bruid met de handen aanraken, om beter te kunnen oordeelen. Het meisje is buitengewoon gezet, groot en zwaar. De jonge man tast heel voorzichtig en zegt tenslotte: " is dat allemaal nog Rosalie ?"

Sluiten