Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

In de hitte van het gevecht.

„Is dat nu mooi." vroeg de dominee in een Preek, altijd die bezwaren tegen de belasting der Kerkelijke Gemeente. Belasting betalen willen jullie niet, maar op kosten der Kerk worden begraven... dat vinden jullie fijn 1"

De Bisschop van Canterbury wandelde door het Oosten van Londen. Voor een groot hek, zag hij een klein meisje staan, dat verlangend naar de deurknop keek.

„Wel kleine meid," zei de Bisschop, „zal ik de deur voor je open maken?" En deed het.

„Maar het ging toch heel makkelijk, kreeg jij hem niet open?"

„Zeker, antwoordde de kleine, „dat wel, maar hij is pas geverfd."

De booze machten!

„Mijn zoon," zei de gevangenis-geestelijke tegen den misdadiger, „heb jij ook getracht je te verzetten tegen de booze machten, die zich van je trachtten meester te maken?"

„Nou en öf. Dominee!" zei de man. „Dat kan niet, mijn zoon, dan was je niet hier." „Heusch wel, Dominee, maar tegen vier politie-agenten kan ik niet op."

Een klein jongetje ziet voor het eerst een pastoor en zegt tegen zijn vader:

„Dat is van boven een Oom en van onder een tante."

„Juffrouw Zijlstra," zei de goede oude pastoor X., „heusch, U moest trouwen! de huwelijksche staat is toch het ideaal voor elke vrouw."

„Eerwaarde," antwoordde juffrouw Zijlstra, „ik heb drie huisdieren, die mij een echtgenoot volkomen vervangen: ik heb een hond, die den heelen dag met vuile pooten door de kamer loopt, een papegaai, die den heelen dag vloekt en een kat die 's nachts óók nooit thuis komt."

De pastoor vroeg bij den doop:

„Hoe moet het kind heeten?"

En de gelukkige vader antwoordde:

„Theodora, Margaretha, Suzanna, Evelina, Carolina

„Geef me nog een beetje water," zei hierop de pastoor tegen den koster.

Sluiten