Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

„Op zij, menschen, op zij! Zonder mg kan de voorstelling niet doorgaan!"

Plotseling ontdekte hij zijn vrouw onder de toeschouwers. „Waar zijn de kinderen?" vroeg hij.

„Thuis," zei zijn vrouw.

„Natuurlijk! Altijd als de kinderen eens iets kunnen bijwonen, dat aardig is en niets kost, laat je ze thuis."

Om op de verhooging te komen, die naar de guillotine leidde, moest Jopie Kraak een trapje op. Maar hij voelde wantrouwend met zijn voet aan het hout en zei: „Dat ding staat me lang niet vast genoeg, ik ga er niet op... ik heb geen zin om m'n nek te breken."

Boven gekomen, ontstond er onder de toeschouwers beneden een hevige paniek, want een dolle stier was plotseling losgebroken en stormde op de menschenmassa. Toen zei Jopie lachend tegen den cipier: „Hè, ouwe jongen... wij staan hier tenminste veilig..."

De cipier geraakte hevig in den lach, zoodat Jopie zei: „Stik er niet in... ik zou niet graag twee moorden op mijn geweten hebben...".

Hierop daalde de guillotine, maar Jopie had van te voren een stalen plaat op zijn hals gelegd, zoodat het mes erop bleef rusten. Toen sprak Jopie ernstig tegen den directeur der Gevangenis: „Schei nu uit met die aardigheid, als ik niet een beetje voorzorgsmaatregelen had genomen, dan zou dat ding me nog vermoord hebben".

Men liet hem hierop vrij, omdat het mes weer aangezet moest worden en gedurende dien tijd kreeg hij gratie.

Sluiten