Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

OORSPRONKELIJKE WERKEN

Groote teleurstellingen, toenemende gezondheidsbezwaren drongen haar deze taak op te geven. Zij stierf na een langdurige ziekte, nog geen 60 jaren oud.

Zij schreef veel onder verschillende pseudoniemen, waarvan hekend zijn Aagje Koper en Jan Steen. Voor de jeugd schreef zij In Vrijen Tijd, tien deeltjes, waarvan de verhaaltjes onderling verband houden. Haar andere werken zijn voor volwassenen. Zij dragen de sporen van overhaasting, zijn sensationeel en fantastisch, zoodat zij zware eischen stellen aan de goedgeloovigheid der lezers. Zij worden echter nog veel gevraagd, misschien omdat zij hoogdravend, vaak zelfs bombastisch zijn.

Wij noemen; Ben koninklijke Misdaad — Een vorstelijke Doornenkroon en Koninklijke Liefde — Anna Valesco — Het Geheim van den Czaar ■—- Kroonprinses — Galathea — Groote Zielen (een beetje raar, vooral dat optreden van een kardinaal.)

Romans a clef waren Een Htüstgran (van Deyssel) en Een verwoest Leven, (haar broer Frank) waarin zij de drama's van haar- eigen huiselijken haard aan het publiek vertelt.

Zij richtte de meisjes-tijdschriften Lelie en Rozenknoppen later De Hollandsche Lelie op, was redactrice van het fransche La jeune Fille.

ALETRINO (Arnold Dr.) geboren in Amsterdam, 1858, werd arts in 1886 en promoveerde drie jaren later. Privaat-docent in de Crimineele Anthropologie en gemeente-geneesheer te Amsterdam, overleden 1916.

Een groot schrijver is Aletrino nooit geweest; geen kunstenaar met de taal. Hij maakte om een literaire tint te geven aan zijn werk wat woorden in den trant der Nieuw-Gidsers, maar overigens was zijn stijl sloom en karig.

Hij is van een doodelijk-pessimisme en ziet bijna niets anders dan ellende, zwaarmoedigheid en zenuwziekte, het pathologische. Wij zullen niet beweren dat hij zonder mede-gevoel is met de patiënten, wier diagnose hij tracht te maken, maar het opsommen der symptomen is zoo lang en zoo monotoon, zijne hulpeloosheid tegenover den zieke zoo ontzenuwend, dat de lectuur van zijn doktersboeken, vooral bij jonge menschen, alle levenslust moet bekoelen, alle idealisme doen verschrompelen.

Hij schreef de romans Zuster Bertha, pleidooi voor de ziekenverpleegster, realistische beschrijving van het gasthuisleven .— Martha, hopeloos <— Moewe Jaren. Daar tusschen door de schetsenbundels: Uit den Dood, en andere

Sluiten