Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

OORSPRONKELIJKE WERKEN

een gezin. Het geval komt hierop neer. Een notaris krijgt een andere vrouw lief, maar als hij na huiselijke onaangenaamheden de zijne verlaat en de andere vraagt, weigert deze. Waarop mijnheer weer naar huis gaat en zijn vrouw kalmeert. Waarom zou men zoo iets lezen?

BOVELANDER (C. J.)

Onder de gele Banier, Te veel naaktheid en te weinig behoorlijk hollandsch.

BRANDENBURG (J.) schreef een paar romans, die bewijzen dat hij het vak nog niet kent.

Her Doodend Zwijgen, van een meisje dat in Berlijn studeerde wordt rondgebabbeld dat zij onder invloed van een pianomeester stond, waarop moord en doodslag volgt en een amateur-detective aan het werk gaat — Gewroken, een deugniet hypnotiseert het meisje van zijn vriend en brengt haar in een slecht huis, waaruit de vriend haar redt. 't Is alles goed bedoeld, maar ongenietbaar.

BRANDT (Geraert) 1626-1685. Was aanvankelijk leerling bijvader, een horlogemaker. Op 16 jarigen leeftijd kwam hij met een hoogdravend treurspel de bewondering wekken De Veinzende Torquatus. Hij studeerde theologie en werd in 1652 Remonstraatsch predikant in Nieuwkoop, vervolgens te Hoorn en Amsterdam. Zijne echtgenoote was Suzanna Barlaeus. Hij schreef Historie der Reformatie en de Levens van Hooft, Vondel en De Ruyter in klaren, wat aangelengden stijl en met treffende eerlijkheid. Zijn grafschriften en gedichtjes zijn vaak puntig en geestig.

BRANDT (Kaspar) zie Winkler Prins (J.)

BRANDT VAN DOORNE zie Koüewijn (Dr.)

BREDERO (Gerbrand Adriaensen) geboren te Amsterdam in 1585, overleed in 1618. Eerst beproefde hij de schilderkunst, maar begon zich spoedig toe te leggen op de poëzie en werd een schilder met woorden.

Zijn romantische drama's zijn niet onverdienstelijk, in zijn amoureuze en aandachtige liederen treft ons vaak het echt gevoel en de wonderlijke zangerigheid der taal, maar zijn talent was het meest geëigend voor het boertige, het levenslustige en kluchtige van het blijspel.

Zijn beste blijspelen zijn Hef Moortje en De Spaansche Brabander, waarin heel ruwe samenspraken van bordeelvrouwen,

Bredero zegt zelf: „ik stel u naectelyck ende schilderachtigh voor oogen de

Sluiten