Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OORSPRONKELIJKE WERKEN

35

een dertig jaren voor de N. R. Ct, waar hij geregeld zijn feuilleton Onder de Menschen schreef. Hij heeft zijn journalistiek werk tot goede kunst willen verheffen en het is hem gewoonlijk gelukt.

Zijn Boefje is het meest bekend en daarna Landlooperij. Verder Van Af- tot Aanmonsteren — Achter de Coulissen — Het Nachtlicht van de Zee — Eert Worstelaar, enz. ■— De zonderlinge Avonturen van Z. E. den Generaal, lijkt meer phantastisch dan werkelijk. Het ligt voor de hand dat deze boeken elementen bevatten, die niet altijd heel frisch zijn. Men kan echter nooit zeggen dat Brusse het immoreele met welbehagen uitstalt.

Maar In de Nachtbuurt—■ Het rosse Leven en Sterven van de Zandstraat en vooral Rotterdamsche Zedeprenten behooren tot de zeer ernstig voorbehouden lectuur, óók voor volwassenen, wien zij echter veel kunnen leeren.

BUHRS (Lize) een katholieke schrijfster van een paar goede meisjesboeken.

Jet — De sterkste Kracht. — Het laatste gaat over de zegepraal van het geloof op aardsche liefde.

BULL (Abraham Johannes de) geb. te Amsterdam 1823, overl, aldaar 1888, was eerst koopman, later journalist. Hij was langen tijd redacteur van de „Amst. Courant", Het meest schreef hij gedichten. Zijn romantisch gedicht een Beeld der Toekomst, waarin hij de vereeniging voorspelt der protestantsche Paulus en der R.K. Peterskerk tot een Evangelisch-Katholieke Johanneskerk, had bij zijn geloofsgenooten veel succes en vestigde zijn naam.

Voorts gaf hij eenige bundels novellen:

Novellen — Naar de Natuur, novellen en schetsen .— Binnenhuisjes en verder vele verhalen in verschillende tijdschriften opgenomen en eenige tooneelspelen. Zij onderscheiden zich allen door den gemoedelijken, huiselijken toon, die later den 80ers aanleiding tot spot en hoon zoude geven.

BUNING (Arnold Werumeus) werd geboren te Uithuizen (Gr.), was aanvankelijk marineofficier en onderscheidde zich als zoodanig in eene expeditie op de Molukken. Om gezondheidsredenen in 1876 gepensioneerd, vestigde hij zich in den Haag en werd later directeur van het Museum voor Taal- en Volkerenkunde te Rotterdam.

Hij schreef een grooten roman (zeer romantisch) De Erfenis van den Burgemeester. — Vele korte schetsen, waarvan ook als jongenslectuur geschikt is

Sluiten