Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

OORSPRONKELIJKE WERKEN

vorderd weid tot leeraat aan de normaalschool te Lier. In 1856 overleed hij en zij bleef achter met acht minderjarige kinderen. De weduwe stichtte te Maldeghem eene kostschool, die mislukte door tegenwerking. Zij trachtte toen door schrijven het brood voor zich en haar kinderen te verdienen. Zij schreef een vijftig romans of novellen, waarin zij zich vaak verweerde tegen hare belagers en slechtgezinde dorpelingen. Deze persoonlijke half bedekte aanvallen, en haar voor dien tijd moderne opvattingen zijn oorzaak dat men vroeger tegen haar geschriften waarschuwde. Ook al, omdat zij met angstige zorg Kerk en godsdienst vrijwel buiten haar boeken hield en te veel heil verwachtte van school en onderwijs.

Het beste wat zij leverde is nog Griselda (boekentaal) — De zwarte Hoeve — Rozeken Pot ■— Hef Rad der Fortuin — De gezegende Akker — De Weezenhof — De Gemeente-onderwijzer (bekroond) — maar het allerbeste Hef Geschenk van den Jager, dat als boek voor de jeugd, evenals Genoveva van Brabant en Nicoiette niet geschikt is.

De taal is zuiver, maar voor onzen tijd te hoog-Haarlemmerdijksch.

CREMER (Jacobus Jan) geb. 1827 te Arnhem, overl. te 'sGravenhage 1880. Hij wilde eerst schilder worden en oefende zich onder leiding van den landschapschilder Hendriks. Ofschoon zijn schilderijen geprezen en verkocht werden, verruilde hij zijn penseel voor de pen en na eerst zijn kunst beproefd te hebben aan den historischen roman vond hij later zijn grootste succes in het boerenverhaal. Dit was een zoo goed als onontgonnen terrein. En hij had succes.

Cremer was een uitnemend voordrager en de schitterende wijze, waarop hij zijn vertellingen las, maakte hen en ook hem zelf zeer populair.

Na den historischen roman De Lelie van s' Gravenhage verscheen Wiegende — Een Betuwsch Landman met zijn Zoon op Reis naar de Amsterdamsche Kermis, die opgenomen werden in zijn bundel van Betuwsche en Overbetuwsche Novellen, Deze novellen lijken ons nu wat te zoetelijk toe. De personen zijn te braaf en die het niet zijn worden het. Zeker is 't dat zij niets hebben van het brutale realisme, dat wij in de laatste' jaren gewoon zijn in de dorpsromans en novellen te vinden. Toch onderscheidde zich Cremer in voor zijn tijd trouwe weergave der werkelijkheid, goede uitbeelding der karakters en vooral door een lach onder tranen, die gevoelige zielen zeer voor hem innam.

Sluiten