Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

Nu kan het ook voorkomen, dat de arbeider door zijn vast loon in geld tot een lagere loonklasse behoort. Dan mag in die lagere loonklasse alleen worden betaald, als de arbeider behalve zijn vast loon in geld, niets anders geniet.

Een voorbeeld: Een mannelijke arbeider is 19 jaar en behoort dus naar zijn leeftijd in de vierde loonklasse.

Onderstellen wij, dat hij een vast jaarloon geniet van ƒ 550— en niets meer, dan wordt voor hem betaald in de derde loonklasse. Geniet hij echter een jaarloon van ƒ550.— in geld èn de kost, dan wordt voor hem betaald in de klasse naar den leeftijd, dus in de vierde loonklasse.

De arbeider, wiens loon geheel in verstrekkingen in natura bestaat, behoort steeds tot de eerste loonklasse.

De Arbeidswet bevat bepalingen tot beperking van den arbeidsduur in het algemeen en tot het tegengaan van gevaarlijken arbeid. Een korte toelichting dezer wet moge hier volgen.

Ónder arbeid worden volgens deze wet verstaan alle werkzaamheden in een onderneming; onder winkels alle open of besloten ruimten, waar voorwerpen of stoffen aan het publiek in het klein plegen verkocht te worden, met uitzondering echter van apotheken, koffiehuizen en hotels. Wel echter vallen er onder kappersalons. Met den winkel worden geacht een geheel uit te maken de in hetzelfde gebouw of op het bijbehoorend terrein zich bevindende ruimten, waar voorwerpen of stoffen worden bewaard voor verkoop in den winkel.

Ten aanzien van den arbeid in winkels wordt bepaald, dat arbeiders beneden 18 jaar er op Zondag in het geheel niet en op werkdagen niet tusschen 8 uur namiddags en 8 uur des voormiddags arbeid mogen verrichten.

Verder mag de arbeid van arbeiders beneden 18 jaar, alsook van vrouwen alleen in een winkel plaats hebben, wanneer er aldaar voldoende zitplaatsen zijn en genoeg toevoer van versche lucht, terwijl het er niet hinderlijk mag tochten en voor doelmatige verwarming moet worden ge-

Arbeidswet.

Sluiten