Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

omtrent aankoop van een terrein en het daarop vestigen van een pand, naar bouw en inrichting geheel gelijk aan een ander, aan partijen bekend gebouw. Zij gaven daarbij op dat de bouwkosten niet meer dan ca. ƒ 40.000 zouden bedragen. Als gevolg daarvan droeg de principaal, na goedkeuring der plannen, aan hen als bouwondernemers in goed vertrouwen ook de uitvoering op.

Het werk werd niet aangenomen, maar geschiedde in open rekening, dus zonder vooraf vastgestelden prijs.

Toen de bouw klaar was bleken de kosten, inclusief circa ƒ 5000 voor bijgekomen werk, ongeveer ƒ79.000 te hebben bedragen, waarvan de architecten-bouwondernemers betaling vorderden. Dus, behalve het extra werk, circa ƒ34.000 meer dan oorspronkelijk was opgegeven.

De bouwkosten waren inderdaad zoo hoog geloopen — daarover bestond geen verschil. De opdrachtgever weigerde echter te betalen... omdat de architecten immers oorspronkelijk hadden verklaard, dat de bouw niet meer dan ca. ƒ 40.000 zou vorderen en bij op grond van dit advies tot den bouw had besloten. Hij achtte hen aan dit bedrag te goeder trouw gebonden, ook al was dit niet uitdrukkelijk als aanneemsom tusschen partijen vastgesteld.

Bij vonnis van 23 Mei 1923 stelde de Rechtbank Rotterdam den principaal in het ongelijk en veroordeelde hem het volle bedrag als gevorderd te betalen.

Meer geluk had de bouwheer echter in hooger beroep en cassatie. Het Gerechtshof — en ook de Hooge Raad in zijn hiervoor genoemd arrest — beslisten dat, nu de architecten aanvankelijk een bedrag van ƒ 40.000 als maximum der bouwkosten hadden genoemd en daaiop de opdracht tot uitvoering hadden ontvangen, zij daaraan ook rechtens waren gebonden. Wel werd betaling der bijgekomen werkzaamheden juist geacht en „een voor dit geval redelijke verhooging van den globaal genoemden prijs" met totaal ƒ 5000 toegestaan. De vordering tot voldoening der meerdere kosten boven de oorspronkelijke raming, welke inderdaad bleken te zijn gemaakt, werd echter zoowel door het Hof als door den H. R.

Sluiten