Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o

Wanneer is Toch denke men niet dat als gevolg van deze veranderde het bindend zienswijze het bindend advies thans een wassen neus zou zijn advies aan- geworden, en het zijn bindende werking zou hebben verloren, vechtbaar? Inderdaad, wanneer een bindend advies door bedrog is verkregen of de adviseurs te kwader trouw een partijdige beslissing hebben gegeven, zal de gewone rechter, wanneer hem dit overtuigend wordt aangetoond, in zooverre het advies niet bindend verklaren en daarin wijziging aanbrengen.

Maar overigens zal de kans op succes, wanneer een der partijen zich tegen nakoming van het bindend advies verzet, zeer gering zijn.

Immers het bindend advies moet in zich zelf onredelijk en onbillijk zijn.

Over de technische juistheid der beslissing gaat het daarbij echter niet. Een wellicht volkomen onjuist deskundig in-zicht, waarmede tal van andere deskundigen het niet eens blijken, kan, wanneer overigens de beslissing daarop logisch is gefundeerd, den rechter m.i. geen vrijheid geven de bindende kracht aan het advies te ontnemen.

Bevestiging voor deze meening geeft een vonnis der Rechtbank Dordrecht van 18 Juni 1924—N.J. 1924 blz. 812—aldus:

„Het bindend advies mag dan eerst door den rechter „als in strijd met de goedé trouw worden beschouwd, als „het klaarblijkelijk en evident in strijd is met de redelijkheid „en de billijkheid. Dit is in casu niet het geval waar, na „uitvoerige toelichting van partijen, de in het advies gebezigde argumenten de conclusie volkomen wettigen."

Niet dus of de gebezigde argumenten zélf juist waren werd door de Rechtbank beslissend geacht, doch alleen of de beslissing daaruit logisch was opgebouwd, ec tspraak. jn geüjken ook een nog zeer recente beslissing van het Hof 's Gravenhage van 19 Febr. 1926 — W. 11525.

Het Hof overwoog ook daar, dat men ter aanvechting van het bindend advies, slechts zoodanige verweermiddelen kan aanvoeren waaruit de onredelijkheid en onbillijkheid blijkt. Terwijl voorts werd beslist:

Sluiten