is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 382 —

middel van het misdrijf zijn onttrokken aan hem, tegen wien het gepleegd is (b.v. door diefstal, verduistering, knevelarij,enz.). Immers volgens art 219 Sv. worden deze, aan den eigenaar of rechthebbende onttrokken, goederen aan dezen teruggegeven. Maar wel vallen hieronder vervaardigde valsche munt, ontvangen geld bij omkooping, specificatie (661 Volgens een arrest van de H. R. *) is

vereischt, dat het voorwerp rechtstreeks door het plegen van het misdrijf is verkregen, en dat daarom de geldelijke opbrengst van het voorwerp hieronder niet valt

Naast voorwerpen, door het misdrijf verkregen, onderscheidt de wet zulke, waarmede het misdrijf is gepleegd (b.v. een wapen).

b. Verbeurdverklaring is mogelijk van door het misdrijf verkregen voorwerpen bij alle misdrijven; bij overtredingen alleen in bij de wet geregelde gevallen. Voor verbeurdverklaring van tot het plegen gebruikte voorwerpen geldt, dat zij bij alle misdrijven mogelijk is, als dit een doleus misdrijf is; is het echter een culpoos misdrijf of een overtreding, dan is verbeurdverklaring alleen mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald. De oplegging is facultatief („kunnen worden verbeurdverklaard"). Imperatief is de verbeurdverklaring voorgeschreven in art. 214, 223, 234 Sr.; in deze art. wordt wel niet met zoovele woorden gesproken van het vereischte, dat de goederen den schuldig verklaarde toebehooren, maar niettemin zal dit ook hier gelden, nu eenmaal verbeurdverklaring een straf is2).

c. Zijn de voorwerpen in beslag genomen, dan behooren zij, zoodra de uitspraak onherroepelijk is geworden, van rechtswege aan den Staat toe. Zijn ze niet in beslag genomen, dan komen ze eerst aan den Staat toe, als ze vrijwillig zijn uitgeleverd. Bij gebreke hiervan wordt de inbeslagneming vervangen door hechtenis (of als het een minderjarige persoon geldt door plaatsing in een tuchtschool), tenzij het geldelijk bedrag, waarop bij de uitspraak de voorwerpen zijn geschat, wordt betaald, (art. 34, lid 1 Sr.). Het algemeen minimum der vervangende hechtenis is, zooals hierboven is meegedeeld, een dag; van de plaatsing in een tuchtschool een week; het algemeen maximum is voor de hechtenis 6 maanden, voor de tuchtschool een maand.

i) Van 17 Mei 1920, W. 10583. Anders o. i. ten onrechte, Simons, t. a. p., dl. I, blz. 382, Noyon, t.a.p., dl.: I, blz. 150.

») Vergelijk over deze kwestie mede in verband met de wijziging, aangebracht door de wet van 28 Juli 1920, Stbl. 619, houdende nadere voorzieningen tot bestrijding van revolutionnaire woelingen, Simons, t.a.p., dl. I, blz. 384 en 385.