is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

tusschen den dag, waarop de akte wordt uitgebracht en dien waartegen zij den eischer oproept, ten minste vijf dagen moeten verloopen, alles op straffe van nietigheid, ofschoon de wet die straf slechts op de terrnijnsbepaling uitspreekt.

Blijft de opposant nu nogmaals weg, en laat hij opnieuw verstek gaan, dan kan hij niet nog eens in verzet komen.

Verstek bij meer dan een gedaagde. De verzetprocedure wordt niet toegelaten, wanneer er oorspronkelijk meer dan één gedaagde is en een van die gedaagden laat verstek gaan. In dat geval toch wordt tegen dezen verstek gevraagd en de zaak tegen de verschenen partij aangehouden. Ieder der verschenen partijen (zoowel de aanlegger als een der verschenen gedaagden) heeft dan het recht, dit verstek aan den defaillant te beteekenen met oproeping van alle partijen tegen een bekwamen termijn (met inachtneming der termijnen voor de dagvaarding voorgeschreven) waarop zij de zaak opnieuw (ter rolle) wil doen dienen. Zij wordt dan verder behandeld, alsof alle partijen verschenen waren (ook al zou de oorspronkelijke defaillant ten tweeden male, of een ander, wegblijven) en het verkregen vonnis wordt dan als op tegenspraak gewezen beschouwd.

B. Cassatie

Cassatie. Wij hebben bij de indeeling van de rechterlijke macht reeds er op gewezen, dat aan de spits der rechterlijke hiërarchie de hooge raad staat. Zijn eigenlijke taak echter, ofschoon hier en daar terloops genoemd, hebben wij nog niet leeren kennen. Het is de cassatie. Om deze taak te begrijpen, hebben wij in de eerste plaats de grondwet te raadplegen! Art. 166 van deze wet luidt:

„De Hooge Raad heeft het toezigt op den geregelden loop en de afdoening van regtsgedingen, alsmede op het nakomen der wetten door de leden der regterhjke Magt.

Hij kan hunne handelingen, beschikkingen en vonnissen, wanneer die met de wetten strijdig zijn, vernietigen en buiten werking stellen volgens de bepaling door de wet daaromtrent te maken, en behoudens de door de wet te stellen uitzonderingen.

De overige bevoegdheden van den Hoogen Raad worden geregeld bij de wet."