is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

eene of de andere zaak, waarop elk hunner aanspraak maakt, willen doen beslissen bijv. door kruis of munt te spelen en vrijwillig aan den uitslag van dat spel gevolg geven, dan is daartegen geen wettelijk bezwaar. Nog veel rninder kan er eenig bezwaar zijn tegen de regeling van eenig geschil tusschen twee personen over een recht, dat te hunner vrije beschikking staat, door opdracht der beslissing aan een of meer andere personen in willekeurig bepaalde vormen, mits partijen dan maar vrijwillig aan de uitspraak gehoorzamen. In dezen zin is arbitrage of scheidsgerecht iets, waarmede zich de wetgever niet heeft te bemoeien. Dergelijke arbitrages komen zeer veel voor. In de bouwbedrijven is regel een uitspraak in den vorm van een „bindend advies" te vragen aan daarvoor aangewezen scheidslieden. Het niet voldoen aan die uitspraak is dan te beschouwen als contractbreuk en kan tot een proces bij den gewonen rechter leiden, dan niet meer loopend over het onderwerp van het bindend advies, maar berustend op het niet voldoen daaraan en waarbij de al of niet juistheid dier uitspraak in het algemeen dus buiten het debat blijft.

Toch bevat het derde boek W. v. B. Rv. in zijn eersten titel een regeling van de uitspraken van scheidsmannen. Deze is noodig om de voorwaarden vast te stellen, waaronder partijen kunnen overeenkomen, de beslissing hunner geschillen aan niet van staatswege aangestelde rechters te onderwerpen, met dwingende kracht zoowel voor den duur van het onderzoek door die zelf gekozen rechters, als daarna voor de door hen gegeven beslissing. Die voorwaarden nu zullen wij in het volgend hoofdstuk bespreken. Hier zij slechts de opmerking gemaakt, dat in het algemeen, zoo partijen beide in het volle genot hunner rechten zijn, zij met wederzijdsch goedvinden ook buiten de van staatswege geordende rechtspraak hun gedingen kunnen doen beslissen.

De wetgever zijnerzijds had echter daarvoor te zorgen, dat de van staatswege ingerichte rechtspraak zoo goed mogelijk aan haar taak zou beantwoorden en dat de rechtzoekenden zich met vertrouwen zouden wenden tot den door den Staat aangewezen rechter.

Bekwaamheid en geschiktheid van den rechter. In de eerste plaats heeft de wetgever daarom gezorgd, dat de rechterlijke ambtenaren de noodige bekwaamheid en geschiktheid zouden