is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119

eene gewichtige reden van maatschappehjke veiligheid wil aanmerken, geheel aan zijn oordeel overgelaten.

Te dien opzichte blijft het dus bij het oude. x) Intusschen moet van een of ander uit bepaalde omstandigheden blijken en de rechter moet die omstandigheden in de motiveering van zijne beschikking vermelden. Hij moet dus aangeven op grond van welke bepaalde omstandigheden, hij het gevaar voor vlucht als bestaande aanneemt 2). Vooral over de waarde van dezen eisch zal de te volgen practijk beslissen. Een vast formulier behoort hier zeer stellig te worden vermeden. De practijk heeft bewezen, dat het gebruiken van formulieren bij de toepassing der voorloopige hechtenis buitengewoon gevaarhjk is.

Zooals reeds gezegd, onderscheidt de wet bevelen tot bewaring- gevangenneming en gevangenhouding. De eerste worden gegeven door den rechter-commissaris, op vordering van den officier van justitie, art. 68. Geschiedt zoodanige vordering, — een ambtshalve gegeven bevel van bewaring kent het Wetboek niet 3), behalve in het uitzonderingsgeval van art. 178 — dan kan de rechter haar afwijzen, indien hij aanstonds van oordeel is, dat er voor het verleenen van het bevel geen grond bestaat. Luidt zijn oordeel anders, dan zal hij alvorens het gevraagde, bevel te geven, eerst den verdachte daaromtrent hooren, tenzij zoodanig verhoor niet kan worden afgewacht. Hij kan ook ten einde het verhoor te doen geschieden de dagvaarding van den verdachte gelasten en daaraan zoo noodig een bevel van medebrenging toevoegen. Heeft het verhoor plaats, dan kan de verdachte zich door een raadsman doen bijstaan. Natuurlijk blijft de rechter vrij na het verhoor het gevraagde bevel te weigeren.. Tegen de afwijzende beschikking van den rechter staat aan het O. M. beroep bij de rechtbank open, art. 446.

Het bevel tot bewaring is van kracht gedurende een termijn van zes dagen ingaande op het oogenblik der tenuitvoerlegging, art. 65. De rechter-commissaris kan het éénmaal voor gelijken termijn verlengen. Die verlenging is dus niet, zooals in art. 54 hd 2 oud,

») Vgl. Bekn. Handl., bl. 115/116. ») M. v. T., bl. 62/63. M. v. A.,- bl. 62. ») M. v. T., bl. 61.