is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

277

Het recht om in verzet te komen tegen het bij verstek gewezen vonnis of arrest, als einduitspraak gegeven, komt, volgens art. 899 toe aan dengene, die daarbij niet van de geheele telastlegging is vrijgesproken, noch daaraan geheel of gedeeltelijk heeft voldaan. Deze laatste voorwaarde werd ook opgenomen in art 266 oud bij de wet van 11 April 1919 Stbl. 178 tot wijziging van den Achtsten Titel van het Wetboek van Strafvordering waardoor het bezwaar werd opgeheven, dat bij vrijwillige betaling der geldboete het verzet niet verloren ging en dus in zoodanig geval het verstekvonnis nooit in kracht van gewijsde ging1).

Art. 399 regelt ook den vorm, waarin het verzet moet geschieden, en de gevolgen van het rechtsmiddel. Het verzet moet ingesteld worden uiterlijk binnen veertien dagen na dien waarop eenemededeelingalsbedoeldinart. 366 aan den verdachte in persoon beteekend is, doch in geen geval later dan uiterlijk binnen tien dagen nadat hij ter uitvoering van het bij verstek gewezen vonnis of arrest is aangehouden of zich anderszins eene omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit dat het vonnis of arrest hem bekend is. Was, voor zoover betreft het rechtsgeding bij verstek, de dagvaarding om ter terechtzitting te verschijnen aan den persoon van den verdachte beteekend, dan kan deze niet later verzet doen dan uiterlijk veertien dagen na de uitspraak van het bij verstek gewezen vonnis of arrest. Indien het openbaar ministerie m beroep is gekomen, kan bet verzet slechts worden gedaan binnen acht dagen nadat aan den verdachte aanzegging van het beroep is gedaan. Het verzet heeft plaats door een exploot aan het openbaar ministerie beteekend en wel aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij het gerecht, dat de uitspraak deed, en brengt van rechtswege mede dagvaarding op de eerstkomende gewone terechtzitting, welke gehouden wordt nadat sedert den dag van het verzet zeven dagen zulllen.zijn verstreken, welke termijn bij het kantongerecht tot een termijn van vijf dagen wordt verkort, art. 401. In zaken waarvan de rechtbank kennis neemt, wordt naar gelang de uitspraak is gedaan door eene mAervoudige kamer, den politierechter of den

>) Bekn. Handl. blz. 234 eu noot 3.