is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

293

Wordt nu de schuldig verklaring aan dit feit uitgesproken, dan laat de bepaling van lid 2 van art. 424 strafverzwaring wel toe. De bepaling van art. 248 oud werd in vele gevallen illusoir door de bij onderscheidene parketten bestaande gewoonte om steeds bij hooger beroep van den verdachte ook van de zijde van het O. M. hooger beroep aan te teekenen Gelijk reeds boven werd opgemerkt, is daartegen nu de bepaling gericht van art. 408, verschil makend tusschen den termijn van hooger beroep voor het O. M. en voor den verdachte. Over enkele toepassingen van het in art. 248 oud neergelegde beginsel, die ook voor art. 424 lid 2 van belang kunnen zijn, verwijs ik naar mijne Beknopte Handl., bl. 250 noot 8 en 4.

Het hooger beroep bij de arrondissements-rechtbank van vonnissen van den kantonrechter wordt volgens art. 425 geheel op gelijke wijze behandeld als het hooger beroep voor het hof. Alleen zijn bij dit beroep bij de rechtbank enkele bepalingen van toepassing, die ook bij de berechting in eersten aanleg gelden, o. a. wat de niet persoonhjke verschijning van den verdachte betreft, art. 898, 2°. en voorts de voorschriften van nos. 8, 9 en 12 van dit artikel. Vgl. hierboven bl. 268. De bepalingen betreffende het gerechtehjk vooronderzoek, artt. 816 en 347 j°. art. 415, blijven buiten toepassing, art. 425 2°.

Wanneer de rechtbank bevindt, dat het feit reeds in eersten aanleg tot haar kennisneming behoort, doet zij de zaak zelf af. Haar vonnis is in dat geval vatbaar voor hooger beroep. Art. 426. Vgl. art. 258 oud.

Titel IV, artt. 445-448, bevat enkele bijzondere bepalingen omtrent hooger beroep van beschikkingen, d. w. z. volgens art. 188 niet op de terechtzitting gegeven beslissingen. Tegen zoodanige beschikkingen staat hooger beroep niet open en is een bezwaarschrift niet toegelaten, dan in de gevallen bij het wetboek bepaald, art. 445. Het volgende artikel kent het recht van hooger beroep uitdrukkehjk toe aan het openbaar ministerie, voor zoover niet bijzondere bepalingen het anders regelen, tegen alle beschikkingen van rechtbank, rechter-commissaris of kantonrechter, waarbij eene krachtens het wetboek genomen vordering

») Vgl. Bekn. Handl. bl. 249/250 en het hoofdartikel in W. 10675. Men zie ook W. 10667.