is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

295

Rechtspraak ten principale bleef aan het nieuw ingestelde college geheel vreemd en eerst later werd die in een enkel geval aan het Hof opgedragen (art. 429 Code d'I. C.)1). De regeling van het cassatieproces ten onzent in het Wetboek van 1838 was wel in hoofdzaak aan den Code d'Instruction ontleend, doch stond mede onder den invloed van het vroeger hier geldende recht en vertoonde dus zeer belangrijke afwijkingen ook in den aard der cassatie 2). Bij ons werd aan het rechtsmiddel van cassatie meer het karakter van werkelijke rechtspraak gegeven en dan ook in meerdere gevallen eene beslissing au fond toegelaten. Het nieuwe wetboek brengt in het cassatieproces geene principiëele verandering.

De taak van den Hoogen Baad als rechter in cassatie wordt thans omschreven in art. 166 Gw., bij welk artikel aan den Raad de bevoegdheid wordt gegeven om alle handelingen, beschikkingen en vonnissen van de rechterhjke macht, wanneer die met de wetten strijdig zijn, te vernietigen en buiten werking te stellen, volgens de bepaling door de wet daaromtrent te maken en behoudens door de wet te stellen uitzonderingen s). Het artikel was in hoofdzaak ontleend aan art. 180 van de Grondwet van 1815, aan welk voorschrift uitvoering gegeven werd door de bepalingen van de artt. 95—99 van de wet op de regterlijke organisatie. Bij deze artikelen zijn de hoofdbeginselen voor de cassatie-procedure vastgesteld en is tevens bepaald, dat voor de cassatie in strafzaken de regelen, termijnen en vormen voor de voorziening zullen worden aangewezen in het wetboek van strafvordering. Deze voorschriften zijn opgenomen in den thans te behandelen Derden Titel van het Derde Boek.

De rechter in cassatie is niet rechter over de feiten; de eenige vragen, die hij heeft te beshssen, zijn of bij de procedure de bij de wet voorgeschreven vormen zijn in acht genomen, of

*) Men zie over de geschiedenis en het karakter van het Fransche cassatieproces Faustin Hélie, t. a. p. nos. 5293—5295.

•) Zie de artikelen van M. 8. Pols over „Het cassatieproces in Nederland", T. v. Str., X 351 en 451 vlg. en XI 74 vlgg.

«) Deze bijvoeging werd opgenomen bij de Grondwetsherziening van 1887. Men zie over het vroegere art. 162 en het gewijzigde artikel: Buys, De Grondwet dl. 2 bl. 458—471 en dl. 3 bl. 316—320.