is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

342

de tenuitvoerlegging is toegelaten, moet zoodra mogelijk worden tenuitvoergelegd, art. 561. Het tweede lid geeft nog een bijzonder voorschrift ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de geldboete of van de verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen, die nog moeten worden uitgeleverd. Deze bepaling is in overeenstemming met die, welke door de wet van 12 Juni 1915 Stb. 247 aan art. 341 oud werd toegevoegd -). Voor zoover de straf bestaat in geldboete of verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen, wordt door den ambtenaar, in wiens naam de tenuitvoerlegging geschiedt, een termijn vantenhoogste twee maanden gesteld, binnen welken de geldboete moet zijn voldaan of de verbeurdverklaarde voorwerpen moeten worden uitgeleverd of wel het geldehjke bedrag, waarop zij bij de uitspraak zijn geschat, — art. 34 Swb. — moet worden betaald. Die termijn kan door den ambtenaar worden verlengd, doch .<. zL^sputf) mag nimmer den duur van een jaar te boven gaan. ^i/^TSav*,'. De artt. 562 en 563 handelen over de tenuitvoerlegging van ./fzyW.séo arresten of vonnissen, wanneer de veroordeelde na de uitspraak lsrankzinnig is geworden. Daarbij wordt onderscheiden tusschen de veroordeelingen tot vrijheidsstraf en tot de straf van berisping of tot vermogensstraffen. Wat de eerste betreft beveelt het gerecht, dat het vonnis heeft uitgesproken, de opschorting der tenuitvoerlegging, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoekschrift van den raadsman van den veroordeelde 2), Na het herstel wordt op vordering van het 0. M. de opschorting ingetrokken. Bij vermogensstraffen wordt de curator op de gewone wijze tot voldoening uitgenoodigd. Eventueel wordt op de vordering van het openbaar ministerie een curator benoemd. Wat betreft de vervangende hechtenis geldt uit den aard de bepaling van art. 562 omtrent de vrijheidsstraf.

Na de meer algemeene voorschriften tot dusver behandeld volgen nu in de Derde Afdeeling bepalingen omtrent de tenuitvoerlegging van bevelen tot vrijheidsbeneming en van veroordeelende vonnissen of arresten. De last tot tenuitvoerlegging

') Leerboek I bl. 358/359.

") Vgl. omtrent den raadsman Boek I, Titel III, artt. 37 vlgg.