is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

344

568 en 569 bepalen wat in elk geval in bet register moet worden vermeld, met welke bepalingen dus door den Minister zal moeten worden rekening gehouden, vgl. de artt. 880 vlgg. oud. Het hoofd van het gesticht moet den opgenomene doen in vrijheid stellen, zoodra de duur van den straftijd is verstreken of de geldigheid van het bevel ophoudt, of zoodra het daartoe bevoegd gezag hem daartoe de last verstrekt, art. 570.

Volgens art. 885 oud waren de arrondissements-rechtbanken verplicht om de strafgestichten van tijd tot tijd door commissarissen uit haar midden te doen bezichtigen, ten einde voor de nakoming der gegeven voorschriften te zorgen. Art. 571 nieuw geeft een dergehjk voorschrift en schrijft voor dat het bezoek ten minste twee maal per jaar moet geschieden. Ook op de officieren van justitie rust gelijke verplichting. Van de bevindingen moet telkenmale schriftehjk verslag worden gedaan aan den Minister van Justitie.

Met de inning van de boeten of van verbeurdverklaarde voorwerpen bhjft belast het bevoegde bestuur, d. i. volgens de wet van 16 Juni 1882 Stb. 129 de ontvanger der registratie. Is door openbaar ministerie en veroordeelde afstand gedaan van de bevoegdheid om rechtsmiddelen aan te wenden, dan kunnen betaling en uitlevering binnen vier en twintig uren daarna ter griffie geschieden, art. 572. De tenuitvoerlegging van vervangende vrijheidsstraf bhjft opgedragen aan het openbaar ministerie.

In de wet tot uitbreiding van de mogehjkheid van toepassing van de straf van geldboete, wet van 29 Juni 1925 Stb. 814, zijn opgenomen een vijftal artikelen, thans de artikelen 578— 578 van het Wetboek, ten einde verhaal van de geldboete mogelijk te maken in plaats van de vervanging van de boete door hechtenis.

Wanneer de boete niet betaald is binnen den volgens art. 561 lid 2 gestelden termijn zal, na aanmaning door de tot tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit, art. 5^3, indien naar het oordeel van den ambtenaar in wiens naam de tenuitvoerlegging geschiedt de omstandigheden zulks toelaten, de boete worden verhaald op de roerende en onroerende goederen van den veroordeelde, op de opbrengst van zijn arbeid alsmede op wacht-