is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

DE POËZIE DER LAATSTE JAREN.

nen; toch bewees ook deze, jongere, dichter een eigen, wijsgeerig-beschouwenden aard te bezitten, een weinig te intellectueel-wijsgeerig naar mijn smaak soms. Ook is het, naar ik geloof, aan mij niet alléén voorgekomen, dat Van Eyck eertijds een weinig te veel schreef, te knap en te gemakkelijk. Dit — vaak niet zoo gemakkelijk als men denken zou — te

verhelpen euvel wérd dan toch verholpen; in de laatste

jaren publiceerde bij mijn weten Van Eyck slechts nu en dan een vers; welnu, ik ben zeker dat zijn inspiratie bij deze zelfbeperking ten zeerste heeft gewonnen. Coster opende met een zeer mooi gedicht van Van Eyck zijn bloemlezing: Nieuwe Geluiden. Ook aan Aart van. der Leeuw hebben sommigen wel eens een te duidehjke „bedachtheid", een te veel aan techniek verweten. Mij bekoorden vooral zijn balladen, zijn hefhjke landschappen — en trouwens, vooral niet minder dan zijn verzen, het soms verrassend mooi en poëtisch proza, ons in de laatste jaren zoo gul geschonken. Wat de zuivere lyrische verskunst betreft, is Jan Prins (pseud. van C. L. Schepp) misschien nog méér: man naar mijn hart. Hij is eenvoudig, klaar, direct en forsch in zijn aanpak, zijn beschrijvingen, maar ook zijn echten zang; een stoer-mannehjke, toch ook teeder-innige persoonhjkheid, en zonder iets van maniertjes, van mooi-doenerij of valsche schaamte — ofschoon hij dan toch begon in een tijd, toen er eenige moed

voor noodig was om eenvoudig te zijn Gauw populair zijn

Prins' bedjes geworden, populair bij het beste soort publiek; wie die [thans zijn „De Bruid" niet kent — gij weet wel:

„De lucht over den jongen dag Was helderder dan ooit. Iets ongewoon-verblijdends lag in weide en veld gestrooid. De torenklok zong, wat ze kon, de vlaggen staken uit. De bruigom was de lentezon en Holland was de bruid".