is toegevoegd aan uw favorieten.

Een keus uit zijn werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 Der juedscher wet, dats al gheleden.

Maer ghij, sacrament vul hemelscher weilde. Dijn gratie gheduert in eeuwicheden. Tgheloove stelt hier den zin te vreden, Want dijn cracht alle begrijpen verblent.

30 Lof, wonderlic ghebenedijt sacrament.

Een mueghende1) prinche, die in eenich consilie2) Of in vreymde landen te treckene begheert, Hij verzaemt gheerne bij hem alle zijne familie Ende al dat zijnen dienst bezweert.*)

35 O minlicke Xpristus, die therte verteert Van uwen beminden in uwer minnen, Ghij waert die prinche, entie blide weert,4) Die uwen apostelen daet5) bekinnen Tvertrecken thuwes vaders lande binnen,

40 Ende daet bereeden een paessche lam Ten avontmale. Dies wij verzinnen,8) Dat doe doude figuere7) een ende nam. Want u tsanderdaechs die doot an quam. Daer het ghij ons, dat nemmermeer en endt.

45 Lof, wonderlic ghebenedijt sacrament!

Hoe zouden u loven wij, aerme crancke, Wiens minne van wondre8) alle zinnen scuert! U lichaem in spijse, u bloet in drancke: Ongrondelicker wonder nes nye9) ghebuert!

J) machtige 2) rijksdag 3) beëedigd is tot zijn dienst 4) waard, gastheer '•>) deedt 6) begrijpen 7) de oude wet 8) van verwondering 9) en ia nooit.

33

Anthonis de Roovere

J3