is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ASTAROTH — ASTROLOGIE

187

Dat is de inhoud der profetie van Nahum (circa 650 v. C). Ook uit den mond van Zefanja (circa 630) wordt het vernomen (Zef. 2:13—15). Jeremia, in den eersten tijd van zijn optreden (circa 625), keert terug tot de oude klacht, dat des Heeren volk bij Egypte en Assur heil zoekt (Jer. 2 : 18, 36). Ja zelfs nadat Assur is ondergegaan, brengen de profeten nog het kwaad, Pat hij Israël gedaan heeft, en den boozen invloed, "dien hij op het volk uitoefende, in herinnering (Jer. 50 : 17, 18; Klaagl. 5:6; Ezech. 16:28; cap. 23 en elders; Zach. 10 : 10, 11). [ 23.

Astaroth, meervoudsvorm van Astarte. [ 10.

Astarte, in het Hebreeuwsch Astoreth, bij de Babyloniërs Istar, is de naam van de vrouwelijke godheid van het Kanaanietisch heidendom en pendant van den mannelijken afgod Baal, nevens wien zij dan ook herhaaldelijk in de Schrift wordt genoemd (Richt. 2 : 13; 10 : 6; 1 Sam. 7 : 4; 12 : 10). Zij vertegenwoordigt de

vrouwelijke natuurkracht, en wordt als de bron van alle vruchtbaarheid, als de verwekster en onderhoudster

van net leven geëerd. Nevens den naam Astoreth vinden we ook Asjerah. Onze Statenvertaling heeft hiervoor „bosch"; maar het is duidelijk dat wij b.v. in de „vierhonderd profeten van het bosch" (1 Kon. 18 : 19) te doen hebben met de dienaren eener godheid. En aangezien deze nevens Baal

wordt genoemd, is er alles voor te zeggen dat Asjerah

is op te vatten als een andere benaming voor Astarte. Nu komt het woord Asjerah ook nog in een anderen zin voor, namelijk als de benaming van

een voorwerp dat

tot den KanaanieI tischen ■eredienst behoorde;' wel heeft onze Statenvertaling hiervoor ook „bosch", maar dit is zeker niet juist: het voorwerp is hoogstens een enkele

boom, liever nog een boomstam of paal vergelijke hierover het artikel Bosch).

Astatte.

De Assyrische godin Iatar of Astarte.

De Egyptische Astarte.

(men De

godin Astarte wordt ook als hemellichaam gedacht en wel bepaaldelijk als de planeet Venus. Dit is althans zeker het geval met de Babylonische Istar, en volgens de meeste tegenwoordige verklaarders is deze dan ook de Melêcheth des hemels, d.i. de hemel-koningin,van wier vereering in Jer. 7 : 18, 44 : 17 v.v. sprake is. Deze bepaalde vorm van Astartevereering zou dan onder Manasse, onder wien Assyrische invloeden zich sterk deden gelden, in Juda zijn ingevoerd. Naast het enkelvoud Astoreth (1 Kon.

11 : 5, 33; 2 Kon. 23 : 13) vinden we in het Oude Testament nog vaker den meervoudsvorm Astaroth (Richt. 2 : 13; 10 : 6; 1 Sam. 7:3,4;

12 : 10; 31 : 10). Deze is aldus te verklaren dat de verschillende vormen waaronder deze godin in vele plaatsen werd vereerd, langzamerhand het karakter van afzonderlijke godheden aannamen. Zoo ontstonden er allengs vele Astarten, evenals vele Baals, die echter alle op het ééne grondtype teruggaan. [ 10.

Astraal wordt niet altijd in geheel denzelfden zin gebruikt. Astrale religies noemt men die godsdiensten, die in zon, maan en sterren goden zien, welke de wereld en het lot der menschen bestieren en die in verband daarmede soms de natuurkrachten zich voorstellen als bezielde wezens. Van de oude volken kwam sterrendienst vooral bij de Babyloniërs voor. En in tijden, dat afgoderij in Israël werd gepleegd, hebben ook de Israëlieten den hemellichamen eer bewezen (2 Kon. 21 : 3—5; Ezech. 5:15, vgl. Deut. 4 :19). Van een astraal lichaam of astralen dubbelganger spreekt de theosofie. Dit heeft in zooverre iets met het vorige te maken, als daarin het geloof zich uit, dat zulk een dubbelganger tegelijk met den mensch geboren wordt en geaard is naar den stand der sterren bij de geboorte. Dit astrale lichaam blijft leven, als het aardsche lichaam sterft en houdt verblijf in een eigen astrale sfeer. Deze leer gaat tot op zekere hoogte terug op de oude gnostiek, die in de sterren soms wezens zag, tusschenwezens tusschen God en mensch. Hier was ook een soort tusschenwezens, samenhangende met de hemellichamen, evenals de astrale lichamen van oudere en nieuwere theosofen. [ 17.

Astrologie noemt men het bijgeloof, dat verband onderstelt tusschen de bewegingen der hemellichamen en het lot der menschen. De aanhangers van deze leer trachten uit den stand der hemellichten de toekomst te voorspellen. In het bijzonder trachten zij den levensloop van een mensch te voorspellen uit den stand, dien bij zijn geboorte de planeten innemen tusschen de sterren.

Deze kunst noemt men ook wel sterrenwichelarij. Zij is uit Babyion afkomstig en heeft zich vandaar naar bijna alle cultuurlanden verspreid. In het bloeitijdperk der Grieksche letterkunde had de astrologie in Griekenland nog weinig aanhang en vindt men haar zelden vermeld. Toen echter na de overwinningen van Alexander den Grooten het contact met het Oosten levendiger was geworden, werd het geloof in de macht der sterren in Griekenland geïmporteerd en vandaar ook naar Rome overgebracht. Hier vond de astrologie in het begin onzer jaartelling veel