is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRUNNER — BUCER

391

Brummelkamp was een dier mannen, die in het begin van de negentiende eeuw verwaardigd werden over de Revolutie heen te grijpen naar de onveranderlijke waarheden der Reformatie, en deze aan het volgende geslacht over te leveren. Hij was een man, bij wien het innerlijke en het uiterlijke leven in volkomen overeenstemming was. Zijn uiterlijke verschijning imponeerde. Zijn fiere gestalte, zijn lichte tred, zijn vlugge gang, zijn niet krachtige maar lenige lichaamsbouw, de liefelijkheid zijner verschijning wezen terug naar de trekken van zijn karakter en openbaarden de eigenschappen zijner ziel. Hij was geheel de man van het oogenblik. Strenge redeneering behaagde hem niet. Hij was een spontane natuur, vlug van oordeel was hij terstond vaardig tot spreken en handelen. Breed van blik, levendig van temperament, ruim en liefdevol van hart, miste hij wel eenigszins de diepte van geest, die den denker, en de vastheid, die den leidsman kenmerkt. De blijmoedigheid, de opgeruimdheid en het optimisme des geloofs was in ruime mate hem geschonken. Altijd was hij zichzelf, altijd waar, altijd openbaarde hij zich als een Christen.

Wetenschappelijke geschriften zijn van zijn hand niet verschenen, maar wel een groot aantal redevoeringen, vlugschriften, en artikelen die hij als redacteur van De Bazuin schreef, die allen den geest, die hem bezielde, vertolkten. Zijn woord en zijn wandel getuigden van de liefde van Christus, wien hij met de volle toewijding zijns harten wenschte te dienen. Daarom was hij ook zoo gezien, zoo algemeen bemind; daarom ging er zooveel invloed ten goede van hem uit. [ 32.

Brunner (Dr Emil), privaat-docent te Zürich. Behoort tot de school van Barth. Wat hij totnogtoe schreef, getuigt van meer systematisch inzicht. [ 15.

Bru.no (Giordano). Italiaansch wijsgeer. Hij werd in 1548 te Nola geboren. Op 16-jarigen leeftijd trad hij in de orde der Dominicanen. Door de bestudeering van Copernicus, Nicolaas Cusanus e.a. kwam hij tot gevoelens, die streden tegen de leer der kerk. Daarom verliet hij de orde en ving een zwervend leven aan. Achtereenvolgens woonde hij te Venetië, Genève (waar hij met de Calvinisten in strijd geraakte), Toulon, Parijs en Londen, waar hij twee jaar bleef en waar hij zijn belangrijkste werken schreef. Daarna ging hij naar Duitschland en hield daar aan verschillende universiteiten voordrachten. Hij had achting voor Luther, omdat deze zich tegen den paus had durven stellen. Eindelijk in zijn vaderland teruggekeerd viel hij door verraad van een edelman Mounigo in handen van de Inquisitie. Zeven jaar zat hij in Rome gevangen. Men kon hem niet tot herroeping bewegen. Op 17 Februari 1600 werd hij in Rome als ketter verbrand. Op dezelfde plaats, waar dit geschiedde, werd in 1889 in tegenwoordigheid van vele afgevaardigden een standbeeld opgericht.

_ De natuur is voor Bruno het hoogste. Zij is God zelf. Het heelal is een levende eenheid, van eeuwigheid af bestaande. Alles is in God en uit God. Uit Hem komt alles voort zonder tijdelijke schepping door innerlijke noodwendigheid. De

dingen bestaan uit elementen, minima, monaden, dat zijn fysische, niet-uitgebreide met bewustheid begaafde kracht-centra, oneindig in aantal en onderling van elkander verschillend. De monade van alle monaden is God. Een monade is ook de ziel, die onsterfelijk, maar niet onstoffelijk is. De wereldziel doordringt alles en vat alles harmonisch en doelmatig tot de hoogste schoonheid tezamen. Voor wie dieper doordenkt, en voor wie het wezen der dingen aanschouwt, valt al het gebrekkige weg in de volkomenheid en schponheid van het groote Al.

Bruno was religieus-pantheïst. Hij brak niet alleen met de kerk, maar ook met het Christendom. Op latere denkers (Spinoza, Leibniz, Schelling) heeft hij grooten invloed uitgeoefend. [ 24.

Bucer (Martin), geboren 1491 te Schlettstadt. Op 15-jarigen leeftijd werd hij door zijn grootvader, die hem zeer genegen was, in een Dominicaner klooster gebracht. Hij vertoefde in het klooster te Heidelberg en begon daar humanistische studiën. Spoedig werd hij magister en legde de Heilige Schrift uit. Hij gevoelde zich aangetrokken tot Luther, toen deze in 1518 disputeerde in Heidelberg. In 1521 werd hij door den paus van zijn geloften ontheven en vond een toevluchtsoord bij Frans von Sickingen op den Ebernbrug. Daarna trad hij als hofkapelaan bij den palzgraaf Friedrich in Bruchsal in dienst. Daar al zijne vermaningen tot dezen graaf, die lichtzinnig leefde, niet baatten, nam hij van dezen afscheid. In 1522 trad hij in het huwelijk met Elisabeth Silbereisen, een jongedochter, die uit het klooster bevrijd was. Hij maakte zich nu los van de Humanisten en sloot zich bij de Wittenberger Reformatie aan. Hij werd predikant in Landstuhl in dienst van Von Sickingen, maar deze maakte zich van Bucer los. Daarna liet hij zich door den predikant Motherer bewegen, om naar Weiszenburg te gaan. Daar werd hij de grondlegger der Evangelische gemeente. Zijn eenvoudige maar ernstige prediking werd daar rijk gezegend. Hij werd nu door den bisschop van Speyer geëxcommuniceerd en, door de Franciscanen vervolgd, zag hij zich genoodzaakt om zich terug te trekken in Straatsburg. Hij verkreeg daar van den raad vrijheid om lezingen te houden en te prediken. Met Matthias Zeil en Capito arbeidde hij aan de Reformatie der kerk in Straatsburg. Met zijn beide vrienden trachtte hij te arbeiden aan de opleiding van predikanten. Hij hield voorlezingen over de Evangeliën, de Psalmen en de brieven van Paulus. In 1524 werd de universiteit te Straatsburg gesticht. Het Thomasstift werd omgezet in een school voor opleiding tot predikers. Johannes Sturm uit Parijs werd naar Straatsburg geroepen en werd later (1537) rector van de universiteit. Tegen Thomas Murner, die het misoffer verdedigde en die de Protestantsche predikanten belasterde, schreef Bucer een boek: Von des Herrn Abendmahl, waarin hij toonde op bezadigde wijze het gevoelen van Zwingli over het avondmaal te deelen; maar hij wachtte zich er voor om verschil met Luther te constateeren. In 1524 verscheen van zijne hand eene rechtvaardiging der Straatsburgsche Reformatie: Grund und Ursach der Neuerungen von