is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442 CHERBURY

Melanchton — maar dan zóó, dat hij daarbij als norm gebruikte de geschriften van Luther en de Formula Concordiae en dat hij de oude dogmen-geschiedenis zocht te benutten. Voorts schreef hij een boek over de twee naturen van Christus, over het heilig avondmaal en publiceerde hij een Enchiridion der dogmatiek. Zijn hoofdwerk is echter Examen Concitti Tridentini (1565—1573), waarin hij vooral tegenover de in Duitschland ingedrongen Jezuïeten op uitvoerige en ook door zijn tegenstanders geroemde wijze het op den grondslag van het Concilie van Trente gerestaureerde Catholicisme bestreden heeft. Chemnitz was de voornaamste Luthersche theoloog der 16e eeuw. In de Formula Concordiae (1580) zijn zooveel mogelijk met elkander verzoend de verschillende dogmatische gevoelens onder de Lutherschen. Met name het verschil tusschen de Filippisten (aanhangers van Melanchton) en de Gnesio-Lutheranen, loopende over het synergisme en kryptocalvinisme; het gevoelen van Agricola (wet), Osiander (rechtvaardiging), Alpinus (hellevaart van Christus), Parsimonius (dadelijke gehoorzaamheid), Major (goede werken) en Flacius (erfzonde). Het gezag van Chemnitz blijkt wel hieruit, dat in de nieuwere dogmatieken nog meermalen zijn gevoelen ter sprake wordt gebracht (niet 't minst door Frank en Lipsius) en vooral uit het feit, dat door H. Schmid voor zijn bekend compendium van de oude Luthersche dogmatiek de bewijsplaatsen 't meest aan hem zijn ontleend, „omdat zijn wijze van uitdrukking de meest frissche en levendige is". [ 25.

Cherbury (Herbert van), geboren 1581, na een avontuurlijk leven 1648 te Londen gestorven, is de grondlegger van het Engelsche Deïsme. In zijn godsdienst-wijsbegeerte verwerpt hij het Christendom als de door God op bizondere wijze in de Heilige Schrift geopenbaarde religie en neemt hij positie in de „natuurlijke" religie, welke van huis uit iederen mensch eigen is, die ook volkomen in overeenstemming is met het redelijk verstand van den mensch. Het kort begrip van deze „natuurlijke" religie vindt uitdrukking in een vijftal hoofdwaarheden, die in de religies van alle volken worden aangetroffen. Deze hoofdwaarheden zijn: 1. het bestaan van een hoogste wezen, 2. de vereering van dit hoogste wezen, 3. deugd en vroomheid als voornaamste factoren in den eeredienst voor dit wezen, 4. berouw over zijn misslagen, waardoor weer verzoening met het hoogste wezen tot stand komt, 5. belooning van de goeden en bestraffing van de kwaden door het hoogste wezen. Deze vijf grondwaarheden komen in het Christendom het helderst aan den dag. Er zijn in alle religies nog vele elementen aan leer en cultus bijgekomen, maar deze toevoegingen in de positieve religies berusten voor het grootste deel op priesterbedrog, zijn schadelijk en dienen daarom verwijderd te worden.

Door deze deïstische leer wordt de Christelijke religie naar Gods Woord in de hartader aangetast. [ 14.

Cherem (Joodsche ban). Het eigenaardig karakter der tucht in het Oude Testament ligt hierin, dat God zijn volk naar buiten afzondert

— CHEREM

van de heidensche volken, en naar binnen heiligt tot zijn dienst. Van Adam tot Mozes zien wij nog. slechts de hoofdlijnen in de geschiedenis van het volk, maar in het tijdperk van Mozes tot de ballingschap neemt zij al meer een vasten vorm aan in den Cherem of ban. Het woord Cherem is van een Hebreeuwsch woord afgeleid, dat waarschijnlijk „afsnijden" beteekent. „Wie den goden offert, behalve den Heere alleen, die zal verbannen (d. i. diens leven zal afgesneden) worden" (Ex. 22 : 20). Het woord komt in drie hoofdbeteekenissen voor.

Vooreerst duidt Cherem aan een bangelofte d. i. zulk een gelofte, waarbij men personen en bezittingen zoo onherroepelijk aan den Heere toewijdde, dat er geen loskooping mogelijk was. Toen Harad, de koning der Kanaanieten, Israël benauwde, beloofde het den Heere een gelofte, dat het de steden der Kanaanieten verbannen d.i. vernietigen, verbranden zou, als Hij Harad in hun hand zou geven (Num. 21 : 2; zie Deut. 13 : 13—18). De bangelofte had blijkbaar alleen betrekking op personen en bezittingen, die vanwege afgoderij vernietigd moesten worden. De menschen moesten dan gedood (Lev. 27 : 29); het vee en de bezittingen moesten aan het heiligdom des Heeren toegewijd worden (Lev. 27:28). Echter nog met deze bepaling, dat het vee en de bezitting van afgodendienaars vernietigd (het vee gedood en de bezitting met vuur verbrand) moest worden (Deut. 13 : 13—18).

Voorts is Cherem een theocratische straf, d. w. z. een straf, die door God zelf als Israëls Koning in de wet was vastgelegd, en zoowel naar buiten als naar binnen werkte. Naar buiten moest Israël de zeven Kanaanietische volken n.1. de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten, vanwege het gevaar voor vleeschelijke vermenging en afgoderij, uitroeien (Deut. 7 : 1—11). De Cherem of ban was de roede des verbonds, waarmede Jehovah de Heidenen sloeg en zijn volk beschermde, om vermenging te voorkomen: „Want zij zouden uwe zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen en de toorn des Heeren zou tegen u ontsteken en u haast verdelgen" (Deut. 7:4; 20 : 18). Naar binnen gebruikte de Heere den Cherem of ban als een middel om de zonden uit het midden des volks uit te roeien. De Heere dreigde zelfs: als gij nalatig zijt den ban op de Kanaanieten toe te passen, zult gij door de gespaarde volken geplaagd, en ten slotte zelf door den Heere in den ban gedaan worden (Num. 33 : 55—56). Bovendien moest een afgodendienaar (Ex. 22 : 20; Deut. 17 : 27); een godslasteraar (Lev. 24 : 11—16); een toovenaar en toovenares (Ex. 22 : 18; Deut. 18 : 10); een waarzegger en duivelskunstenaar (Lev. 20 : 27); en een doodslager (Num. 35 : 16) gebannen, d. i. gedood worden. Het moest nu blijken of Israël aan zijn roeping getrouw was en dien dubbelen eisch, n.1. het uitroeien der zeven Kanaanietische volken en het wegdoen van den gruwel der zonde uit eigen midden, zou uitvoeren. De geschiedenis van de woestijnreis, de inneming van Kanaan, de Richteren, het koningschap, de scheuring des Rijks gaven er een