is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

642

DRANKEN — DRASEKE

wetten, wanneer het volk er niet rijp voor is en zoolang de volksconscientie' niet reageert op de drankzonde. Daar ligt de arbeid van de maatschappij, de drankbestrijdersorganisaties.

De staat kan het drankmisbruik bestrijden door onmatigheid en dronkenschap streng te straffen. Ook het Nederlandsche Strafwetboek bevat dergelijke bepalingen. In de tweede plaats kan de alcóhol duurder gemaakt worden door het heffen van accijns. In het algemeen zal accijnsverhooging het gebruik per hoofd doen dalen, maar de invloed is niet heel groot. De accijnsheffing is gewoonlijk meer een middel om 's lands inkomsten te verhoogen. En dan heeft het zijn bezwaren, wanneer de financiën van den staat in sterke mate afhankelijk zijn van het drankgebruik.

Verder kan de staat den drankverkoop en de drankproductie regelen. Er is geen enkele beschaafde natie meer, waar de regeering zich buiten deze zaak houdt en de laissez-fairepolitiek doet gelden.

Men onderscheidt drie verschillende stelsels tot beperking van het aantal verkoopplaatsen: het Staatsmonopolie, het Vergunningssysteem en het Gotenburger stelsel.

Het staatsmonopolie bestond vroeger in Rusland. Tijdens den laatsten oorlog werd het door een algemeen drankverkoopverbod vervangen.

Het vergunningssysteem eischt het bezit van een „vergunning" tot verkoop van gedistilleerd. In sommige landen, zooals Duitschland en België, is deze vergunning voor ieder tegen betaling van een bepaalde som te verkrijgen. De Nederlandsche wet geeft een regeling, waardoor het aantal vergunningen stelselmatig verkleind wordt. Ook is het mogelijk nieuwe stadswijken vrij van drankhuizen te houden.

Het Gotenburger stelsel heet naar de stad Gotenburg, waar het in 1865 werd ingevoerd. Bij dit systeem wordt alle drankhandel in handen gegeven van een tapperijmaatschappij (in Zweden „bolag", in Noorwegen „samlag" geheeten), die het bedrijf uitoefent „in het belang der zedelijkheid". De kastelein met vast salaris heeft geen persoonlijk voordeel bij den verkoop, het grootste deel der winst wordt voor liefdadige en nuttige doeleinden gebruikt. Al heeft ook dit stelsel zijn bezwaren, toch is het aan de nuchterheidsbeweging in Scandinavië zeer ten goede gekomen.

Het verbodsstelsel beoogt het verbieden van allen drankverkoop. In de Vereenigde Staten van Noord-Amerika werd zulk een verbod uitgevaardigd. In ons land wordt door velen geijverd voor het stelsel van plaatselijke keuze. Daarbij kunnen de meerderjarige bewoners van iedere gemeente bij stemming beslissen, of er al dan niet drankverkoop zal worden toegelaten. Een initiatief-wetsvoorstel-Rutgers tot het invoeren van dit stelsel werd door de Eerste Kamer tot twee malen toe verworpen.

Over de geheele beschaafde wereld wordt door de georganiseerde drankbestrijders een krachtige strijd gevoerd tegen het alcoholmisbruik. De meesten aanvaarden de persoonlijke geheelonthouding als strijdmiddel. Zij getuigen tegen de drankzonde en trachten drankzuchtigen te genezen en terecht te brengen.

De belangrijkste Christelijke drankbestrijdersorganisaties zijn de Nationaal Christelijke Geheelonthoudersvereeniging (opgericht in 1880, ongeveer 11000 leden) en de Gereformeerde Vereeniging voor Drankbestrijding (opgericht in 1900, ruim 4000 leden). Met enkele kleinere vereenigingen vormen zij den bond Enkrateia. [ 1.

Dranken, die dagelijks werden gedronken waren water en melk. De voorziening van goed drinkwater was een van de gewichtigste problemen gesteld aan de inwoners van Palestina. Heel spoedig hebben zich de Israëlieten in Kanaan gewend aan het gebruik van wijn, een van de voornaamste voortbrengselen van het land. Ruim twintig maal is er sprake in het Oude Testament en eenmaal in het Nieuwe Testament van sterken drank. Hij wordt dan naast den wijn genoemd (Deut. 29 : 6), en was een kunstmatig toebereide drank schêkkar geheeten o.a. bereid uit gerst, appelen, honig, dadels; deze drank mocht niet op het altaar worden geplengd. In Jes. 1 : 22 wordt gezegd: „uw wijn is vermengd met water"; de profeet verwijt aan Israël, dat de edelen van Jeruzalem thans maar een schaduw zijn van wat zij eenmaal waren, gelijk de wijn met water vermengd, of de gewasschen wijn niet meer de kracht en pittigheid heeft van den zuiveren wijn.

De dranken werden door de Israëlieten gaarne j gekruid (Hooglied 8:2). [ 8.

Drankofler. De gave voor dit offer werd, gelijk dit ook het geval was met die voor het spijsoffer waarmede het steeds was samengevoegd, aan het plantenrijk ontleend. Zij bestond in wijn en olie (Num. 15:5 v.v.). De wet schrijft niet met even zooveel woorden voor, hoe het drankoffer moest worden gebracht; doch het werd ongetwij-j feld uitgegoten aan den voet van het altaar (Jesus Sirach 50:16). Het ritueel was daarbij zeker zeer eenvoudig; het bedoelde den offeraar in de goedgunstige herinnering van God te brengen; het was een gave waardoor de mensch zijn onderworpenheid en gebondenheid aan den Heere vertolkte en zijn dagelijksch brood heiligde. [ 8.

Dr'aseke (Johann Helnrich Bernhard) een van de meest bekende Duitsche kanselredenaars uit de 19e eeuw. Zijn preeken muntten meer uit door den homiletischen vorm dan door diepen inhoud. Hij werd geboren te Brunswijk 1774, in 1795 was hij diakonus, in 1798 predikant te Mölln, in 1804 predikant te Ratzeburg, in 1814 te Bremen. Hij hoopte nog steeds op de herstelling van Duitschland, en zijn preeken droegen dan ook dikwijls een nationaal karakter. In 1832 was hij generaal-superintendent en evangelische bisschop in de provincie Saksen met den zetel in Maagdenburg. Hij stierf in 1849. DrSseke was geen rationalist, maar hij Was evenmin een confessioneel Luthersch prediker. Hij beschouwde de Heilige Schrift het liefst, zooals Herder dat deed. Het Christendom was volgens hem de hoogste en reinste openbaring van het waarachtig menschelijke. Later is hij in zijn opvatting van het Christendom wat; dieper gegaan. Hij sprak gaarne tot „denkende! vereerders van Jezus". Een belijnd man was hij in geen enkel opzicht. In het begin van zijn optreden sprak hij als zijn ideaal uit, dat hij aan