is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

572

HERSTELLING IN HET AMBT

klacht tegen drie predikanten der Luthersche kerk, over niet minder dan 13 punten hunner publieke belijdenis loopende, op hooghartige en tartende wijze door het kerkbestuur was afgewezen, kwam het tot een breuk. De tegenpartij scheidde zich af, vormde een zelfstandige gemeente onder den naam „Hersteld EvangelischLuthersche kerk", en koos tot haar eerste predikanten J. Hamelau, sedert 1779 predikant bij de Evangelisch-Luthersche gemeente te Amsterdam en Joh. Scholten, van Den Haag. Door de groote offervaardigheid der gemeenteleden kon er spoedig nog een derde predikant, W. Reuter, van Leiden, worden aangesteld, en werd den 28sten Augustus 1793 reeds een eigen kerkgebouw (aan den Kloveniersburgwal) ingewijd. Uit historisch oogpunt verdient melding gemaakt te worden van de in 1792 opgestelde geloofsbelijdenis dezer gemeente, waarin meer de hoofdwaarheden van het Evangelie dan de specifiekLuthersche verschilpunten op den voorgrond zijn gebracht. Ook had de Herstelde gemeente door de groote offervaardigheid harer leden aanzienlijke kapitalen gekregen. Zij richtte zich nu geheel in naar het voorbeeld der oude gemeente. Ook de zorg voor de opleiding van predikanten nam zij op zich. Verscheidene gemeenten In andere plaatsen, die haar geestverwanten waren, wendden zich tot haar, en vroegen haar om financieelen steun en om hulp bij de predikantskeuze. Zoo ontstond er langzamerhand tusschen de Amsterdamsche Herstelde gemeente en een paar andere Luthersche gemeenten als Enkhuizen, Medemblik, Harlingen, — later ook Gorinchem, Zwolle, Helder en Hoorn — een band. Een algemeen Bestuur kwam er eerst in 1835. Toen werden de acht gemeenten onder het bestuur gebracht der Algemeene kerkelijke Vergadering, 17 afgevaardigden tellende, die weer een „Algemeene kerkelijke Commissie" uit 6 leden bestaande benoemt, ter afdoening van loopende zaken. — In den loop der negentiende eeuw zijn er meer dan eens pogingen gedaan om hereeniging met het Evangelisch-Luthersch kerkgenootschap tot stand te brengen, maar steeds zonder vrucht. Toen b.v. in 1819 de synode van het Evangelisch-Luthersch kerkgenootschap voor het eerst samenkwam, zond zij dadelijk een uitnoodiging tot de Herstelde Evangelisch-Luthersche gemeente te Amsterdam, om hereeniging te bewerken. De correspondentie, die zich daarover ontspon, hield eenige jaren aan. De Herstelden spraken hierin uit, dat alleen het gebrek aan overeenstemming in de hoofdwaarheden van den Evangelisch-Lutherschen godsdienst de oorzaak was van het afzonderlijk bestaan van hun kerkgenootschap; dat zij volstandig gebleven waren bij de rechtzinnige leer der Evangelisch-Luthersche kerk, zich ten volle overtuigd houdende van hare overeenstemming met het Woord Gods. Daarop herinnerden de Evangelischen aan hun, onder koninklijke sanctie aangenomen proponentsformule, waarin zij „op dezelfde wijze en in gelijke bewoordingen als zulks bij het Hervormd kerkgenootschap geschiedt", van allen die toegelaten worden tot het predikambt, vorderden plechtiglijk te verklaren: „dat zij de leer, welke overeenkomstig

Gods heilig Woord, in de aangenomen symbolische boeken der Evangelisch-Luthersche kerk is vervat, ter goeder trouw aannemen en hartelijk gelooven, en dat zij dezelve naarstig zullen leeren en handhaven". Deze verklaring was h.i. volledig en afdoende; en zij achtten het een blijk van wantrouwen, dat de Herstelden met deze verklaring, die „openlijk voor God en de geheele wereld werd afgelegd", niet voldaan waren. Maar nu wezen de Herstelden er op, dat dit „overeenkomstig" in een tweevoudigen zin kon worden opgevat (omdat of inzooverre), en dat alzoo deze tweevoudige uitlegging, waaraan die verklaring scheen onderhevig te zijn, zich tot niets minder bepaalde, dan tot het onderscheid tusschen een gedeeltelijken en een geheele omhelzing der aangenomen leer. Na het lezen van dezen brief besloot de Luthersche synode van 1822 alle verdere aanzoeken tot hereeniging op te schorten in afwachting van een gunstiger tijdstip. Trouwens, ieder die onpartijdig oordeelde, moest toestemmen, dat er geen gemeenschap kon zijn tusschen mannen van de rationalistische richting en hen, die getrouw waren aan Luthers leer. Toch kwam ook in de Hersteld Luthersche kerk al spoedig de geest des tijds aan het woord, die liever van zedelijke verbetering en volmaking sprak, dan van de rechtvaardigmaking door het geloof alleen. Inzonderheid was dit het geval met de prediking van Ds. Uckerman te Amsterdam. En toen nu de jeugdige proponent-hulpprediker H. F. Kohlbrugge in 1827 tegen deze een aanklacht wegens onrechtzinnigheid indiende, bleef de aangeklaagde ongedeerd, terwijl de aanklager werd afgezet als hulpprediker en vervallen verklaard van zijn proponentschap. In de gemeente gaf dit veel sensatie. Haar rechtzinnige meerderheid hing Kohlbrugge aan en verlangde zijn herstelling. Maar zij moest zWichten voor degens en bajonetten. In het algemeen bleef echter de Hersteld Evangelisch-Luthersche kerk aan de Augsburgsche geloofsbelijdenis vasthouden, zonder daarom streng confessioneel te zijn. Haar liederenbundel, in 1857 ingevoerd, draagt een zeer positief karakter. Zegenrijk werkte ook haar Seminarie, waaraan predikanten als G. W. Stember en J. P. G. Westhoff als docenten verbonden waren, en thans de kerkelijke hoogleeraar Dr. J. W. Pont. Nadat deze kweekschool vele jaren lang haar zetel in Amsterdam heeft gehad en daar ook met de stedelijke Universiteit in verband stond, werd ze in 1915 naar Utrecht verplaatst, en verbonden aan de Rijksuniversiteit aldaar, die om haar meer orthodox karakter zich daartoe beter leende dan de Amsterdamsche. Het aantal Hersteld Lutherschen in het koninkrijk der Nederlanden bedroeg bij de laatste officieele volkstelling in 1910 circa 20.000. [ 30;

Herstelling in het ambt. De vraag is, of kerkelijke ambtsdragers, die wegens dwaling in leer of leven uit hun ambten zijn ontzet, weder In hun ambt hersteld kunnen worden en, zoo ja, op welke voorwaarden en manier.

De Schrift geeft den indruk, dat in het algemeen genomen herstelling in het ambt mogelijk is. Toen Petrus door zijn drievoudige verloochening van Jezus zich zelf het apostelambt on-