is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HONGARIJE

625

Zoo konden de Unitariërs ten slotte slechts in Transsylvanië wortel schieten. Daar wonen zij nog steeds pl.m. 80.000 in zielenaantal. De sectarische richting van Frans David is echter geheel verjoodscht geworden. Zij wilden nl. de Oud-Testamentische wetten en levensregelen letterlijk navolgen en daarom worden zij sabbattisten of „Joodsche practijken drijvenden' genoemd. Hun afstammelingen te Böxödujfalu in Transsylvanië zijn ten slotte in het jaar 1868 geheel en officieel tot het Jodendom overgegaan. Deze secte was een van de meest interessante en speciale van Transsylvanië. Zij sterft echter reeds uit. — De man, die het Unitarisme in Hongarije door disputatie's, synode's, confessie's, en persoonlijke propaganda overwon, was Pieter Melius, de grootste theoloog en organisator van het 16e-eeuwsche Calvinisme in Hongarije, gestorven 15 December 1572. Hij correspondeerde o a. ook met Bullinger en Beza. Deze laatste heeft hem tot den strijd tegen de Unitariërs bijzonder aangespoord. „Zet den arbeid voort — schreef Beza — wees sterk en versterk met uw edele voorbeeld ook de andere broeders".

De contra-reformatie. Dit prachtig en gezegend vooruitdringen van de reformatie werd echter weldra belemmerd door de contra-reformatie, die onder leiding der Jezuieten en in bondgenootschap met Oostenrijk en de Habsburgers geen middel ongebruikt liet om de oude

positie VOOr ae KOOmscne Kern ic uai"«»«^

En zoo is een worsteling in Hongarije begonnen die eeuwenlang duurde en — ofschoon in gewijzigde vormen — zelfs zonder Oostenrijk en zonder de machtige Habsburgers, nog steeds voortduurt. Het leven van het Hongaarsche Protestantisme was eeuwenlang een leven onder het kruis en slechts van stap tot stap kon het zijn gewetensvrijheid en godsdienstige vrijheid tegenover de machtige vijanden handhaven, verdedigen en in constitutioneele wetten vastleggen. Want met de contra-reformatie kwamen er tegen het einde van de XVIe eeuw — zoowel in het eigenlijke Hongarije als in Transsylvanië — zeer bloedige vervolgingen, die de Protestanten en vooral de Gereformeerden tenslotte onder leiding van vorst Bocskay (1557—1606) naar de wapenen deden grijpen. Drie groote vrijheidsoorlogen moesten in den loop van plm. 80 jaren (1576—1650) gestreden worden voor vrijheid van godsdienst, geweten en vaderland. De eerste, onder leiding van den diep geloovigen Calvinist vorst Stefanus Bocskay tegenover koning Rudolf, eindigde met den vrede van Weenen (1606J;de tweede onder leiding van den grootsten Gereformeerden vorst van Zevenburgen, Gabriël Bethlen (1580—1629), tegenover den bigotten en fanatieken koning Ferdinand II, met den vrede van Nikolsburg (1621); de derde werd gestreden onder leiding van den grooten Gereformeerden vorst van Zevenburgen, Georg Rakóczy I (1591—1648), die dan in den vrede van Lincz (1645) de godsdienst- en de gewetensvrijheid van het Protestantisme naar constitutioneele wijze opnieuw en nog krachtiger beveiligde.

Dit glorierijke, heroieke tijdperk van het Hongaarsch Calvinisme kon echter de godsdienstige

Ene. II

vrijheden van het Protestantisme niet voor altijd verzekeren. Want na den val van het Gereformeerde vorstenhuis Rakóczi en de verzwakking van het Gereformeerde Transsylvanië, waardoor later ook Transsylvanië in handen van de Habsburgers viel (1691), werd den Jezuieten, Oostenrijk en den Habsburgers tegenover het Protestantisme in Hongarije de vrije hand gegeven. En zoo begon de treurigste periode uit de Hongaarsche Protestantsche kerkgeschiedenis. De verdrukking door de Habsburgers, RoomschCatholieke adel en aristocratie en de RoomschCatholieke kerk werd steeds grooter en de vervolgingen van Protestantsche predikanten, leeraren, scholen, de roof van Protestantsche kerk- en schoolgebouwen, namen steeds toe. Vooral het lange, bloedige tijdperk van Leopold I (1657—1705), is bijzonder beroemd geworden door het proces van Pozsony (Pressburg) tegen meer dan 300 Hongaarsche predikanten, van wie dan een 60-tal als galeislaven te Napels werd verkocht en door den machtigen zeeheld De Ruyter den llden Februari 1676 bevrijd. De toekomst voor het Hongaarsche Protestantisme werd in deze jaren, naar den mensch gesproken, steeds donkerder. Want de laatste vrijheidsstrijd uit dit tijdperk, door vorst Frans Rakóczi II (1676—1735), een met geweld Roomsch gemaakte afstammeling van het Gereformeerde vorstenhuis Rakóczi, met wonderbare kracht gevoerd, ein¬

digde wegens ae ungepumeiu v<m u« gaarsche volk, in den vrede van Szatmar(1711) met een totale nederlaag. Van dien tijd af konden de Gereformeerden niet meer hopen, iets met de wapenen te zullen bereiken. En zoo waren zij voortaan, m. n. tijdens de heerschappij van jozef I, Karei III en Maria Theresia aan de vervolgings- en bekeeringszucht van de Habsburgers en Jezuieten blootgesteld. Dit was het z.g. duldend-lijdendé tijdperk van het Hongaarsch Protestantisme, dat eerst door het Edictum Tolerantiae (Edict van verdraagzaamheid, 29 October 1781) van Jozef II eindigde, doordat dit edict de gewelddadige bepalingen van de vroegere koningen schrapte en aan het godsdienstig en kerkelijk leven der Protestanten in Hongarije de vrijheid terug gaf. Nog krachtiger liet de geest van de godsdienst- en gewetensvrijheid zich gelden in het XXVI wetsartikel van den Rijksdag van 1790—1791 onder Leopold II, die aan de Hongaarsche Protestanten een betrekkelijk ruime kerk- en schoolautonomie verzekerde. Op grond van dit artikel braken in het begin van de XlXe eeuw vroolijker dagen aan voor het Hongaarsch Protestantisme. Ook de tijdgeest was anders geworden. En het liberalisme, dat ook Jozef II sterk beinvloedde, kwam in Hongarije den Protestanten ten goede. Het voelde groote sympathieën voor het verdrukte Protestantisme en was nationalistisch en Protestantsch-godsdienstig gestemd. Zoo was dus het uu—.ió.» ;n Hnno-arüp crprinrende de geheele

XlXe eeuw een natuurlijke bondgenoot van het Protestantisme. Beiden waren nl. op elkaar aangewezen; want zij hebben gemeenschappelijke vijanden, nl. Rome, de Habsburgers en Oostenrijk, terwijl de Protestanten voor dit 19e eeuwsche liberalisme niet bang behoefden te

40