is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORENMAAT

503

overstroomt, wat het land voortbrengt, de vrucht der aarde, vertaald op de ééne plaats waarin het voorkomt door koren (Joz. 5:11, 12). Eindelijk komt het nog voor in den zin van het staande, d. w. z. ongemaaide koren (Ex. 22 : 6; Deut. 16 : 9; Richt. 15 : 5). Tot de onderscheiden soorten van koren behoort in de eerste plaats de tarwe, verder gerst en gierst. Hetgeen Luther in jes. 28 : 25 vertaald heeft door rogge, heet in de latere Duitsche vertalingen, evenals in de onze, spelt. Zie verder over deze korensoorten het artikel Akkerbouw. Het ligt voor de hand dat in graanrjjke landen als Egypte, Babel en sommige deelen van het Heilige Land ook voorraadschuren, bergplaatsen (spijkers) bestonden (Jer. 50 : 26; Joël 1 : 17). De schatsteden uit 1 Kon. 9 : 19 zullen wel voorraadsteden zijn geweest die in de eerste plaats hebben moeten dienen tot het verzamelen van graan en andere levensmiddelen. Ook verbergde men koren, tarwe en gerst, in kuilen in het veld (Jer. 41:8). Het schathuis van Mal. 3 : 10 wordt in de nieuwere vertalingen 't magazijn genoemd waarheen de tienden moesten worden gebracht opdat er

Egyptische korensch

voorraad zoude zijn in het huis des Heeren. De sterke schatsteden Pitom en Raamses die voor Farao gebouwd werden, dienden om de groote voorraden koren, die den koning toebehoorden, daarin veilig te bergen tegen roof en plundering (Ex. 1 : 11; Gen. 41:35,

56). De schatsteden die gebouwd werden door verstandige koningen als Salomo (1 Kon. 9 : 19; 2 Kron. 8 : 4 en 6), Josafat (2 Kron. 17 : 12) en Hizkia (2 Kron. 32 : 28) waren naar alle waarschijnlijkheid versterkte plaatsen waarbinnen groote voorraden van koren werden opgeslagen. Reeds jozef had ongevraagd advies gegeven

aan den Faraö: Onder leiding van een centraal bewindvoerder moet door opzichters er voor gezorgd worden, dat er gedurende de zeven jaren van overvloed telkens een vijfde deel van den graanoogst als belasting worde betaald. Dit moest dan worden opgezameld in de steden om in dagen van hongersnood te kunnen dienen. Dergelijke korenbergplaatsen of korenschuren waren overal. Een prachtige voorstelling daarvan danken we aan Chnem-Hotep, een der gouw vorsten van Amenemhet II (ongeveer 1950 v. Christus), wiens graf¬

tombe te Beni Hasan veel licht heeft geworpen op de geschiedenis van zijn tijd. We zien daar een deel van het bureau van Chnem-Hotep. De oogst is binnen en zal in de schuren worden geborgen. Iedere zak, dien de dragers onder toezicht van een opzichter vullen, wordt zorgvuldig genoteerd. Daarop draagt men de zakken naar het platte dak van een schuur en ledigt die door openingen tot dat doel gemaakt; terwijl om te beter controle te kunnen houden het aantal zakken opnieuw wordt opgeteekend. Later zijn de schuren gewoonlijk kegelvormige gebouwen van ongeveer vijf meter hoogte en twee meter in doorsnee, met twee openingen: een boven en een beneden; door de eerste wordt het koren gelost, door de tweede kan het naar buiten stroomen. In de ruïnen van den teil el Amarna zijn nog veel grootere gevonden, die wel de korenschuren zullen naderen in grootte, die bedoeld worden in Gen. 41:48 en 56. Deze gebouwen hebben een doorsneê van acht meter; de hoogte zal daaraan wel evenredig zijn geweest. Elk heeft vier openingen beneden, waarbij kleine ruimten gebouwd zijn voor de beambten, belast met het opzicht. [ 8.

Korenmaat. In 1 Kon. 18:32 is sprake van een groeve die Elia maakte rondom het altaar naar de wijdte van twee maten zaads. Hier ge bruikt de Luthersche vertaling het woord korenmaat. In de vertaling der Leidsche vertaling ligt de verklaring reeds opgeslo¬

ten; zij heeft: voorts maakte hij een groeve, als de ruimte voor twee schepels zaaikoren. Wij kunnen de uitgebreidheid van deze vlaktemaat zelfs niet naar een ruwe gissing bepa-

en. Dachsel

bepaalt nader: die zooveel plaats weg nam als voor 2 seah

De korenmeter.

zaad noodig was. De seah, ook door Luther met schepel vertaald, is het derde deel van een efa.

Verder komt het woord korenmaat voor in de bergrede en in de gelijkenis van de kaars (Matth. 5 : 15; Mare. 4 : 21 en Luc. 11 : 33). Zoo'n korenmaat was een betrekkelijk belangrijk stuk huisraad dat in zijn armelijke omgeving voor allerlei doeleinden werd gebruikt: voor maat, tafel en bord. [ 8.