is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LAUDA SION SALVATOREM - LAUS DEO, SALUS POPULO

593

Toen Karei I in 1638 beproefde (op aanstoken van Laud) de eenvoudige vormen van den

^viiv/u»..icu ccicuiensi in aie van aen tngelschen te veranderen, kwam heel het tr-hnt^^u^ ..„iu

in de wapenen. Feitelijk werd Schotland in 1638

Zü. " *" cngeiana was eenter de

»T?ir .. u">Kc"j diKeeng van ae staats

kerk en voelde men veel vnnr het pr»ch,^.

nisrne. De koning riep nu zijn parlement weer bijeen, dat echter om herstel van grieven vroeg.

",,,u ™'"8 '"ei uaien. ue ocnotten drongen Engeland binnen en nu offerde de koning zijn oude raadslieden, onder wie ook William Laud,

iij nei icgen zijn zin, op. Laud werd in den

i. Tl, Bevangen gezei, van noogverraad beschuldigd en ten slotte, in weerwil van fijn

n inA uc,c"s,c! lul "e uooastrat veroordeeld.

luusu januari ioio wera nij onthoofd. Laud miste bij al zijn goede dingen den ruimen, ver-zlendpn hlilr van Aan ..u.. „* i_

man. Zijn dagboek laat hem van zijn kleinen

ncci £ijn muaiisiiscn streven moest noodwendig op Rome's kerk uitloopen. [ 18. Lauda Sion Salvatorem, d.i. prijs Sion,

«.li «wivmci, gcuicm van i nomas van Aquino. Het wordt in de Roomsche kerk gezongen op

vau uc iicuige nosne. l 24. Laude fCnmt. Wanneer pon „♦„j *

de universiteit met gunstig gevolg zijn examen

nOPft" n + rrct 1 a rrr-1 n« .... t •• £

~s~.t6u en wanneer nij aaaroij blijken gegeven heeft van meer dan gewone kennis dan wordt in zijn judicium getuigd, dat hij cum laude d. ï. met lof geslaagd is. Vroeger kende men dne attributen cum laude d. i. met lof, magna

v»,„ .„„ut u. i. mei grooten iot en summa cum laude d. ï. met den honusten ir»f i ia

Laudes d- f» lofgezangen, in de Roomsche

gwiumciij». oenooren tot de z.g.n. breviergebeden. Een gedeelte van het brevier, nl. dat vóór den tijd van zonsopgang voorgeschreven is, draagt den naam laudesmatunitae. In de muziek zijn laudes eenstemmige Marialiederen of ook wel vierstemmige gezangen. [ 24.

Laura is een Grieksch woord, dat eigenlijk cel beteekent. In zulke cellen leefden de oude Christehjke kluizenaars. Later werden een aantal cellen door een omheining omgeven en zóó ontstond het klooster. Thans is laura nog in gebruik als naam van één der kloosters op den Athos. [17.

Laurentius, de heilige, diaken in Rome. volgens de overlevering moet hij tijdens een heftige vervolging, toen men hem naar de schatten der kerk vroeg, gewezen hebben op de armeri der gemeente. Dit moet geschied zijn onder de vervolging van Valerianus. Zijn bisschop Sixtus II werd tot den marteldood veroordeeld en drie dagen daarna (10 Augustus258) ondergingookLaurentius den marteldood, omdat hij den toorn van den rechter door zijn verwijzeri naar de armen opgewekt had. Hij moet.levend geroosterd zijn. [24 Laurier. Het is zeker dat deze boom op geen enkele plaats in de Schrift wordt genoemd Moge men al gemeend hebben dat hij wordt bedoeld in Ps. 37 : 35 onder de benaming van „een groenen inlandschen boom", de Leidsche vertaling en die van Noordtzij in de uitgave van Kok, lezen zonder eenige nadere verklaring voor Ene. III

groenen inlandschen boom „ceder van den Libanon". De lauriér is een altijd groene boom die voorkomt in de omstreken van Hebron, op den Karmel, den Tabor en ook in Gilead. Men gebruikte beide: zijn bladeren en vruchten. De „kroon" waarmede degene, die in de loopbaan liep, den prijs ontving en gekroond werd, was een krans gevlochten van laurierbladen. Godet in zijn commentaar noemt deze kroon een „couronne de pin", een kroon van pijnboomgroen Dit groen was stellig dat van den laurierboom. [ 8 Laurillard (Eliza), geboren 26 Maart 1830, overleden 10 Juli 1908 te Santpoort, is ruim 50 jaar in de Nederlandsche Hervormde kerk als predikant werkzaam geweest, waarvan 42 te Amsterdam. Hij behoorde tot de gematigd-moderne richting, maar hield zich liefst buiten de bestaande partijen. In wijden kring was hij met woord en pen als letterkundige bezig. Zoowel aan het hof, als hij in de kapel van het Loo den kansel beklom, als op taal- en letterkundige congressen en in de huis- of ziekenkamer van den eenvoudigen burger waren zijn humor, zijn vernuft, zijn scherts, zijn anecdoten zeer gewaardeerd. Overal was hij een sympathieke persoonlijkheid. Zijn boekjes: Geen dag zonder Ood; Peper en Zout ■ Rrnstia on /„e ,„a.A„- .-_

hutten en paleizen gelezen; zijn berijmde vertellingen, zijn snedige gezegden, zijn kernachtige lessen van levenswijsheid nvorai nut 2_

aangehoord. Jarenlang was hij lid van 't hoofdbestuur van het Opnnntcehan w

betering der gevangenen, commissaris van „Ned Mettray , sedert 1872 voorzitter van 't Bestuur

dier inrichting. Voorts kh h» \;a j~

Commissie van Bijstand voor de uitgave van het Woordenboek der Nederlandsche taal en van de Amsterdamsche afdeeling HprHniianH^i.»

schappij van fraaie kunsten en wetenschappen

flie »Hn Uithol on \7*11,~1„„1 /<riT«\ . rr .'

--- „w„t. tuuumui yioit) met goud bekroonde. Laurillard hezat oon „nnjirf..

— ~. w^i. .uviutjuc vuur

orde en regelmaat; in zijn woning, zijn zaken zijn papieren had alles zijn vaste plaats, en maat' en tijd; alles was gerangschikt en genummerd zoodat er nooit iets zoek was. Zijn letterkundige nalatenschap is buitengewoon rijk. Zie het levensbericht door P. H. Ritter, 1909. [ 30.

Laurman (1M_ Th.V nr»riii/inH..n„^..i:ii

had in een smaadschrift Do nmoonor tr.nro~

JiJk een voorlezing op 'n ringvérgadering) de

v<w.w.u.u,k„uGU iCU loon gesteia ais „doorgaans behoorende tot dp minst »h<>i»i.. a„

standigste of onbeschaafdste volksklasse" Hier-

loSt" J* Hendrik de Cock le U'riiin in 1833 znn NnnrlicrpmnnrQohttntinr, au a ._• "

* -—o-.«.""«-./is. uij uc vcrvuiging

die daarop tegen De Cock uitbrak, gaf Laurman den raad „om te trachten zulk een ondier uit te werpen". [30.

LaUS Deo. SallIK nnnnl» oo„ „

uit de 18e eeuw. die hetend „o.,.„.j„5 .?

de geschiedenis van de nieuwe Psalmberijming In het jaar 1762 deed de classis Walcheren het

voorstel. Om Uit de bestaande nC,lmha,ï„:

een nieuwen bundel saam te doen stellen. Zij koos de psalmberijmingen van H. Ghüsen, 1. E Voet

en van het cenootsehan Hat w l-j

, „ _o7 -""ï'i &1usuicuk naa

Laus Deo, Salas populo. Deze drie berijmingen

zon IniHili. Uo* .„i . 1 . & '

— „„„, „tl vuuiöici, moesien vergeleken

38